GW2NL Zeskamp opdracht 2
49 berichten
• Pagina 1 van 2 • 1, 2
- El Do
- Beheerder
-
- Berichten: 1046
- Geregistreerd: 21 dec 2010, 23:52
- Woonplaats: Oldenzaal
- GW2 ID: El Do.9467
GW2NL Zeskamp opdracht 2
Voor deze opdracht doen we een beroep op je creativiteit en schrijfvaardigheden. In welke volgorde je deze twee wilt gebruiken, laten we helemaal aan jouw over
Schrijf een achtergrond verhaal over een van de karakters die je gaat gebruiken bij de release
Niet meer en niet minder. We zijn benieuwd naar het verhaal achter je karakter. Als je hier nog niet over hebt nagedacht dan is dit een goed moment! Waar komt hij/zij vandaan? Wat heeft hij/zij beleefd voordat hij/zij volwassen werd, hoe is hij/zij opgegroeid? Wat heeft hem/haar gevormd? Of een van de vele andere invalshoeken dat je kan gebruiken. We laten je hierin vrij.
Maar voor een beetje uniformiteit graag het volgende format invullen:
Titel van je verhaal:
Daarna kun je beginnen met schrijven (format staat vrij)
Spelregels:
- min 50 woorden, max 500 woorden (eronder of erover is minpunten)
- tekst moet in Nederlands, geen Engels toegestaan
- gebruik ABN, geen straat-/msntaal
- we zullen niet over elke spelfout vallen
Bonuspunten:
- Verwerk een leuke anekdote dat je karakter vroeger heeft meegemaakt in je verhaal. (maak deze Bold/dik, zodat hij zeker opvalt)
Je verhaal graag hieronder in een reply neerzetten. Al het commentaar zal uit het topic verwijderd worden. Je kunt hier over de opdrachten praten!
Je hebt tot 18 augustus de tijd om deze opdracht in te leveren.
Editen en je verhaal veranderen zal resulteren in minpunten
Heel veel plezier en succes met het bedenken van een leuk en origineel achtergrondverhaal.
Het gw2nl team
EDIT: Graag even het aantal woorden erbij zetten, heb ik nu even gedaan voor sommige, is voor ons wat makkelijker controleren
~Berelain
Schrijf een achtergrond verhaal over een van de karakters die je gaat gebruiken bij de release
Niet meer en niet minder. We zijn benieuwd naar het verhaal achter je karakter. Als je hier nog niet over hebt nagedacht dan is dit een goed moment! Waar komt hij/zij vandaan? Wat heeft hij/zij beleefd voordat hij/zij volwassen werd, hoe is hij/zij opgegroeid? Wat heeft hem/haar gevormd? Of een van de vele andere invalshoeken dat je kan gebruiken. We laten je hierin vrij.
Maar voor een beetje uniformiteit graag het volgende format invullen:
Titel van je verhaal:
Daarna kun je beginnen met schrijven (format staat vrij)
Spelregels:
- min 50 woorden, max 500 woorden (eronder of erover is minpunten)
- tekst moet in Nederlands, geen Engels toegestaan
- gebruik ABN, geen straat-/msntaal
- we zullen niet over elke spelfout vallen
Bonuspunten:
- Verwerk een leuke anekdote dat je karakter vroeger heeft meegemaakt in je verhaal. (maak deze Bold/dik, zodat hij zeker opvalt)
Je verhaal graag hieronder in een reply neerzetten. Al het commentaar zal uit het topic verwijderd worden. Je kunt hier over de opdrachten praten!
Je hebt tot 18 augustus de tijd om deze opdracht in te leveren.
Editen en je verhaal veranderen zal resulteren in minpunten
Heel veel plezier en succes met het bedenken van een leuk en origineel achtergrondverhaal.
Het gw2nl team
EDIT: Graag even het aantal woorden erbij zetten, heb ik nu even gedaan voor sommige, is voor ons wat makkelijker controleren
El Do
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Iorineth Swiftbow: De verrassing van Tyria
Iorineth, of Ior zoals ze door haar vader werd genoemd. Is altijd een bijzonder type geweest. Altijd als ze klein was liep ze rond in Queensdale, vragen aan mensen of ze hulp nodig hadden. Boer Diah en Eda waren al weg van haar toen ze slechts 5 was. Maar Ior’s vader was niet tevreden over de stand van zaken. Tuurlijk was het fantastisch dat zijn dochter in haar jonge jaren al mensen met heel haar hart hielp. Maar ze kwam steeds heel dichtbij gevaarlijke plekken. Dus besloot hij om Iorineth te leren boogschieten en de natuur te leren kennen voor het geval zij ooit in de problemen zou komen.
Toen Iorineth 15 was ging ze met haar zus op Reis, ze waren van plan helemaal naar Lion’s Arch te gaan, te voet. Alles ging volgens plan totdat halverwege de reis haar zus verdween toen ze aan het slapen waren. Ior werd wakker naast een leeg bed. “Ontbijt halen..” was haar eerste reactie, maar toen ze na een uur wachten nog steeds niet terug was ging Iorineth op onderzoek uit. Ze vroeg iedereen in Kessex Hills of ze iemand hadden gezien die op haar leek: 1.83m. lang donkerbruin haar. Niet breed gebouwd maar wel sterk. En een heel vriendelijk gezicht. Niemand wist het op een oude man na. Ze was een grot ingegaan. Maar toen Iorinteth de grot betrad zag ze haar zus. Ijskoud. Levenloos op de grond. Ze wou naar het lichaam toe om haar me te nemen naar huis maar er kwamen geluiden van alle kanten, en hoe sterk Iorineth ook mocht zijn. Was ze een tiener. En ze durfde zo’n grote uitdaging niet aan te gaan, de hedendaagse 22 jarige Iorineth heeft hier nog steeds spijt van. Al weet ze, dat het niet haar schuld was.
Toen Ior wat ouder werd leerde Quensdale haar beter kennen. Ze stond nu wel redelijk bekend als dat lieve dappere meisje wat iedereen graag hielp zonder er iets voor te vragen. Mensen durfden te zeggen dat zij de reïncarnatie was van Melandru de godin die haar heeft gezegend toen ze klein was. Maar Iorineth sloeg dat gerucht snel neer. Ze was echter gewoon een jonge vrouw, die graag mensen hielp. En dat is ze nog steeds tot deze dag.
Iorineth Swiftbow 1303AE-Heden
Iorineth, of Ior zoals ze door haar vader werd genoemd. Is altijd een bijzonder type geweest. Altijd als ze klein was liep ze rond in Queensdale, vragen aan mensen of ze hulp nodig hadden. Boer Diah en Eda waren al weg van haar toen ze slechts 5 was. Maar Ior’s vader was niet tevreden over de stand van zaken. Tuurlijk was het fantastisch dat zijn dochter in haar jonge jaren al mensen met heel haar hart hielp. Maar ze kwam steeds heel dichtbij gevaarlijke plekken. Dus besloot hij om Iorineth te leren boogschieten en de natuur te leren kennen voor het geval zij ooit in de problemen zou komen.
Toen Iorineth 15 was ging ze met haar zus op Reis, ze waren van plan helemaal naar Lion’s Arch te gaan, te voet. Alles ging volgens plan totdat halverwege de reis haar zus verdween toen ze aan het slapen waren. Ior werd wakker naast een leeg bed. “Ontbijt halen..” was haar eerste reactie, maar toen ze na een uur wachten nog steeds niet terug was ging Iorineth op onderzoek uit. Ze vroeg iedereen in Kessex Hills of ze iemand hadden gezien die op haar leek: 1.83m. lang donkerbruin haar. Niet breed gebouwd maar wel sterk. En een heel vriendelijk gezicht. Niemand wist het op een oude man na. Ze was een grot ingegaan. Maar toen Iorinteth de grot betrad zag ze haar zus. Ijskoud. Levenloos op de grond. Ze wou naar het lichaam toe om haar me te nemen naar huis maar er kwamen geluiden van alle kanten, en hoe sterk Iorineth ook mocht zijn. Was ze een tiener. En ze durfde zo’n grote uitdaging niet aan te gaan, de hedendaagse 22 jarige Iorineth heeft hier nog steeds spijt van. Al weet ze, dat het niet haar schuld was.
Toen Ior wat ouder werd leerde Quensdale haar beter kennen. Ze stond nu wel redelijk bekend als dat lieve dappere meisje wat iedereen graag hielp zonder er iets voor te vragen. Mensen durfden te zeggen dat zij de reïncarnatie was van Melandru de godin die haar heeft gezegend toen ze klein was. Maar Iorineth sloeg dat gerucht snel neer. Ze was echter gewoon een jonge vrouw, die graag mensen hielp. En dat is ze nog steeds tot deze dag.
Iorineth Swiftbow 1303AE-Heden
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:02, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 386 woorden
Reden: 386 woorden
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De kleine Guardian
De zon was al vroeg op die ochtend. Kleine Neovo liep het huis uit naar de stallen achter in de tuin. Zijn vader Laio was al hard aan het werk. Je word nu eenmaal niet vanzelf de beste smit van de Asura. Terwijl de andere zich bezig hielden met het onderzoeken en bestuderen van fluxen waren Neovo en Laio altijd aan het werken brons, ijzer, metaal. Dit was even noodzakelijk voor hen als water en brood. Die middag gebeurde het. Tijdens zijn dagelijkse middagtests, Neovo moest namelijk elk wapen en elk stuk armor testen van zijn vader. Laio wou zeker zijn dat elke Asura die het tegen de Inquest opnam zo beschermd mogelijk was. Daarvoor werd Laio een groot doelwit voor de Inquest. Als de Asura geen degelijk armor meer had was het voor de Inquest veel gemakkelijker. Die middag kwamen ze hem halen. Het gebeurde allemaal zo vlug. Toen Neovo het geschreeuw van zijn moeder hoorde tot achter in de tuin wist hij dat er iets ernstig mis was. Hij nam zonder na te denken het eerste zwaard dat hij tegenkwam vast. En holde naar het huis. Vol verbazing kwam hij het huis binnen, onder de indruk van wat er gebeurde. Zijn moeder lag zwaar gehavend op de grond. Laio was het enige wat ze wilden. Neovo was woest. Ze hadden zijn vader ontvoerd en zijn moeder verminkt.
Van die dag was het zeker. Neovo ging het werk van zijn vader overnemen en de beste Armor- en Weaponsmith van de Asura worden zo kon de strijd tegen de Inquest verder gezet worden. Hij wou meer dan dit alleen. Door deze dag wist hij hoe kwetsbaar een kleine Asura wel is. Hij zou dit onrecht bestrijden. Maar niet alleen, hij wou andere helpen en ze ondersteunen. Neovo de kleine Asura ging in opleiding als Guardian.
( Deze word dus waarscheinlijk mijn main charr, het is een Asura Guardian en Armorsmit/weaponsmith)
sorry voor de spellingsfouten als deze der nog zijn ( dyslexie + West-Vlaming)
De zon was al vroeg op die ochtend. Kleine Neovo liep het huis uit naar de stallen achter in de tuin. Zijn vader Laio was al hard aan het werk. Je word nu eenmaal niet vanzelf de beste smit van de Asura. Terwijl de andere zich bezig hielden met het onderzoeken en bestuderen van fluxen waren Neovo en Laio altijd aan het werken brons, ijzer, metaal. Dit was even noodzakelijk voor hen als water en brood. Die middag gebeurde het. Tijdens zijn dagelijkse middagtests, Neovo moest namelijk elk wapen en elk stuk armor testen van zijn vader. Laio wou zeker zijn dat elke Asura die het tegen de Inquest opnam zo beschermd mogelijk was. Daarvoor werd Laio een groot doelwit voor de Inquest. Als de Asura geen degelijk armor meer had was het voor de Inquest veel gemakkelijker. Die middag kwamen ze hem halen. Het gebeurde allemaal zo vlug. Toen Neovo het geschreeuw van zijn moeder hoorde tot achter in de tuin wist hij dat er iets ernstig mis was. Hij nam zonder na te denken het eerste zwaard dat hij tegenkwam vast. En holde naar het huis. Vol verbazing kwam hij het huis binnen, onder de indruk van wat er gebeurde. Zijn moeder lag zwaar gehavend op de grond. Laio was het enige wat ze wilden. Neovo was woest. Ze hadden zijn vader ontvoerd en zijn moeder verminkt.
Van die dag was het zeker. Neovo ging het werk van zijn vader overnemen en de beste Armor- en Weaponsmith van de Asura worden zo kon de strijd tegen de Inquest verder gezet worden. Hij wou meer dan dit alleen. Door deze dag wist hij hoe kwetsbaar een kleine Asura wel is. Hij zou dit onrecht bestrijden. Maar niet alleen, hij wou andere helpen en ze ondersteunen. Neovo de kleine Asura ging in opleiding als Guardian.
( Deze word dus waarscheinlijk mijn main charr, het is een Asura Guardian en Armorsmit/weaponsmith)
sorry voor de spellingsfouten als deze der nog zijn ( dyslexie + West-Vlaming)
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:02, in totaal 2 keer bewerkt.
Reden: 336 woorden
Reden: 336 woorden
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Merenwen’s voorouders kwamen uit het vroegere Cantha. Tijdens de War of Kryta zijn ze in Tyria terecht gekomen om te helpen en moesten daar blijven, omdat de weg terug geblokkeerd was. Toch hebben ze altijd de Canthanese gewoontes aangehouden. Hoewel het soms lastig is, vind Merenwen het leuk om Canthanees bloed te hebben.
Merenwen is een echte vrije vogel en is altijd op pad. Dit soms tot ergernis van haar ouders, die haar geregeld een paar dagen kwijt zijn. Zo heeft ze eens een wandeling gemaakt, waarbij ze per ongeluk in Charr gebied terecht kwam. Onverschrokken is ze door het gebied gelopen en heeft zelfs wat Charr gepest. Haar ouders prijzen de Goden dat haar toen niets is overkomen, maar Merenwen zelf ziet er nog steeds geen gevaar in. Ze is tenslotte sterk genoeg, ze kan de hele wereld aan. Ook zonder de Goden.
Echter veranderd de tijd nu. De wereld is niet meer zoals hij altijd geweest is. Ook Merenwen voelt en ziet dat. Als ze op zolder een oud boek aantreft over een oud gilde, East Indian Guild, weet ze wat zich te doen staat. Het gilde bestaat in naam nog steeds, de oude leden zijn nog altijd lid. Echter moet er wat leven in geblazen worden om het ook echt weer een gilde te maken. Deze groep mensen kan het tij keren, zo gelooft Merenwen. Ze treedt in de voetsporen van haar voorouder Merenwen Calafalas , die East Indian Guild toentertijd opzette en groot bracht en waarna Merenwen zelf ook vernoemd is.
De vrije vogel in Merenwen moet uitvliegen, want er is nu behoefte aan vastigheid en een goede leider om van East Indian Guild weer iets groots te maken. Ze zal verantwoordelijk moeten zijn. Volwassen worden vind Merenwen maar niets, maar de keus om kind te blijven is er niet.
Of het toeval is dat ze naar haar vernoemd is of dat de Goden hier een hand in gehad hebben, dat zal gaan blijken.
Merenwen is een echte vrije vogel en is altijd op pad. Dit soms tot ergernis van haar ouders, die haar geregeld een paar dagen kwijt zijn. Zo heeft ze eens een wandeling gemaakt, waarbij ze per ongeluk in Charr gebied terecht kwam. Onverschrokken is ze door het gebied gelopen en heeft zelfs wat Charr gepest. Haar ouders prijzen de Goden dat haar toen niets is overkomen, maar Merenwen zelf ziet er nog steeds geen gevaar in. Ze is tenslotte sterk genoeg, ze kan de hele wereld aan. Ook zonder de Goden.
Echter veranderd de tijd nu. De wereld is niet meer zoals hij altijd geweest is. Ook Merenwen voelt en ziet dat. Als ze op zolder een oud boek aantreft over een oud gilde, East Indian Guild, weet ze wat zich te doen staat. Het gilde bestaat in naam nog steeds, de oude leden zijn nog altijd lid. Echter moet er wat leven in geblazen worden om het ook echt weer een gilde te maken. Deze groep mensen kan het tij keren, zo gelooft Merenwen. Ze treedt in de voetsporen van haar voorouder Merenwen Calafalas , die East Indian Guild toentertijd opzette en groot bracht en waarna Merenwen zelf ook vernoemd is.
De vrije vogel in Merenwen moet uitvliegen, want er is nu behoefte aan vastigheid en een goede leider om van East Indian Guild weer iets groots te maken. Ze zal verantwoordelijk moeten zijn. Volwassen worden vind Merenwen maar niets, maar de keus om kind te blijven is er niet.
Of het toeval is dat ze naar haar vernoemd is of dat de Goden hier een hand in gehad hebben, dat zal gaan blijken.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:04, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 328 woorden
Reden: 328 woorden
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Char: Fox Is Legend (Norn Guardian)
Al van de geboorte werd Fox geleerd dat niets in het leven zomaar vanzelf komt. Haar vader was stamhoofd van de meest noordelijke post in de Shiverpeaks. Op de grens van het gebied waar Jormag, de ijsdraak was neergestreken zoveel jaren terug. Het was een ruw en hard leven. De kinderen in het dorp werden door iedereen opgevoed, omdat ze zich dan niet aan 1 persoon zouden binden, want de kans bestond dat die persoon de volgende dag niet terugkwam van de jacht.
Op de leeftijd van 9 was tijd voor haar eerste jacht. Er waren minotaurs gespot net buiten het dorp. Net als de andere nieuwe jagers kreeg zij een zwaard en schild, bedoeld om geluid te maken en de kudde naar de ervaren jagers te drijven. Toen brak er echter een gevecht los aan de andere kant, een hinderlaag van de zonen van Svanir! In paniek vluchten de andere kinderen, en Fox bleef alleen achter. De kudde minotaurs was op hol geslagen door het gevecht en kwam in haar richting. Ze kroop rap een boom in om het gevaar te vermijden. Toen hoorde ze zacht gegrom. Beneden in de sneeuw zaten wolven, een moeder en haar 2 jongen. Zelfs al konden ze gaan lopen, de jongen waren nog zeer klein, dat gingen ze nooit halen. Fox wist niet wat te doen. In uiterste paniek sprong ze naar beneden, ging ze voor de wolven zitten en kroop ze achter haar schild. Ze sloot haar ogen? Bang! Daar was het geluid van een minotaur die ergens tegenaan beukte, maar ze voelde er niets van. Bang bang bang. Nog 3, en nog steeds niets gevoeld, wat was er aan de hand? Ze opende haar ogen en zag een soort bel waarin ze zich bevonden, blauw en glanzend. De minotaurs lagen erbuiten op een hoopje, alsof ze tegen een muur gelopen waren.
"Wow hoe heb je dat gedaan?" Het was een van de andere kinderen, die in ongeloof kwam aanlopen, hij raakte de bel aan. "Ik heb geen idee." zei Fox. Het gebeurde gewoon.
Ze hoorden de kreten, de slag tegen de sons of Svanir as nog niet gedaan.
"We moeten helpen" riep Fox.
"Hoe wil je dat dan doen, wij zijn maar welpen, wij kunnen niet helpen in zo'n veldslag." De andere kinderen kwamen erbij.
Achter hen hoorden ze gegrom. De wolven! Die waren ze bijna vergeten! De wolf huilde, het geluid doorkliefde de nacht. Niet veel later verschenen er andere wolven uit de schaduw, en ze bleven maar komen. De leider, een grote bruut uitziende wolf kwam bij de moeder met haar jongen, keek Fox recht aan en stak dan z'n snuit onder haar hand. Fox snapte het, ze kroop op zijn rug.
"Wat doe je nu?" riepen de anderen.
"Ik ga helpen" zei ze, en samen met de wolven reed ze weg in de nacht. De legende was geboren.
Vele jaren na die slag, staat Fox klaar voor de grote jacht, klaar om haar legende groter te maken.
Al van de geboorte werd Fox geleerd dat niets in het leven zomaar vanzelf komt. Haar vader was stamhoofd van de meest noordelijke post in de Shiverpeaks. Op de grens van het gebied waar Jormag, de ijsdraak was neergestreken zoveel jaren terug. Het was een ruw en hard leven. De kinderen in het dorp werden door iedereen opgevoed, omdat ze zich dan niet aan 1 persoon zouden binden, want de kans bestond dat die persoon de volgende dag niet terugkwam van de jacht.
Op de leeftijd van 9 was tijd voor haar eerste jacht. Er waren minotaurs gespot net buiten het dorp. Net als de andere nieuwe jagers kreeg zij een zwaard en schild, bedoeld om geluid te maken en de kudde naar de ervaren jagers te drijven. Toen brak er echter een gevecht los aan de andere kant, een hinderlaag van de zonen van Svanir! In paniek vluchten de andere kinderen, en Fox bleef alleen achter. De kudde minotaurs was op hol geslagen door het gevecht en kwam in haar richting. Ze kroop rap een boom in om het gevaar te vermijden. Toen hoorde ze zacht gegrom. Beneden in de sneeuw zaten wolven, een moeder en haar 2 jongen. Zelfs al konden ze gaan lopen, de jongen waren nog zeer klein, dat gingen ze nooit halen. Fox wist niet wat te doen. In uiterste paniek sprong ze naar beneden, ging ze voor de wolven zitten en kroop ze achter haar schild. Ze sloot haar ogen? Bang! Daar was het geluid van een minotaur die ergens tegenaan beukte, maar ze voelde er niets van. Bang bang bang. Nog 3, en nog steeds niets gevoeld, wat was er aan de hand? Ze opende haar ogen en zag een soort bel waarin ze zich bevonden, blauw en glanzend. De minotaurs lagen erbuiten op een hoopje, alsof ze tegen een muur gelopen waren.
"Wow hoe heb je dat gedaan?" Het was een van de andere kinderen, die in ongeloof kwam aanlopen, hij raakte de bel aan. "Ik heb geen idee." zei Fox. Het gebeurde gewoon.
Ze hoorden de kreten, de slag tegen de sons of Svanir as nog niet gedaan.
"We moeten helpen" riep Fox.
"Hoe wil je dat dan doen, wij zijn maar welpen, wij kunnen niet helpen in zo'n veldslag." De andere kinderen kwamen erbij.
Achter hen hoorden ze gegrom. De wolven! Die waren ze bijna vergeten! De wolf huilde, het geluid doorkliefde de nacht. Niet veel later verschenen er andere wolven uit de schaduw, en ze bleven maar komen. De leider, een grote bruut uitziende wolf kwam bij de moeder met haar jongen, keek Fox recht aan en stak dan z'n snuit onder haar hand. Fox snapte het, ze kroop op zijn rug.
"Wat doe je nu?" riepen de anderen.
"Ik ga helpen" zei ze, en samen met de wolven reed ze weg in de nacht. De legende was geboren.
Vele jaren na die slag, staat Fox klaar voor de grote jacht, klaar om haar legende groter te maken.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:08, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 505, zonder titel 499
Reden: 505, zonder titel 499
- EdjeB
- Avonturier
-
- Berichten: 13
- Geregistreerd: 14 apr 2012, 15:24
- Woonplaats: 't westland
- GW2 ID: EdjeB.8217
- Guild: Global Orange Transmutation [GOT]
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Caeli, het verhaal van een jonge Norn
Caeli Dristmor, Zoon van Ignus en Glaciem Dristmor, groeide op in Hoelbrak. Ignus en Glaciem, beide nog opgegroeid in de Far Shiverpeaks, waren op zeer jonge leeftijd al natuurtalenten in het beheersen van de elementen. Snel begonnen de verhalen over hun te verspreiden en het respect van alle Norn om zich heen te groeien.
Caeli was helaas geen natuurtalent. Hij trainde dagelijks en hard, maar zonder succes en hoe langer hoe meer begon het gevoel hem te bekruipen dat hij niet aan de verwachtingen van zijn ouders kon voldoen.
Op een dag tijdens zijn training verscheen de totum van een vos tot hem. De vos vertelde hem dat als hij een manier wist om de elementen te beheersen. Maar daarvoor had hij het amulet van zijn vader nodig, een erfstuk wat al generaties lang ervoor zorgde dat er goede elematalists in hun familie voortkwamen volgens de vos… Die nacht , terwijl zijn vader zijn roes lag uit te slapen, pakte Caeli het amulet, en ging terug naar het bos, op zoek naar de totum. Toen hij hem vroeg de vos hem het amulet op de boomstronk neer te leggen en een stap terug te doen. Het moment dat Caeli een stap terug deed, rende een Charr Thief langs hem, greep het amulet, en verdween het bos in. Hij rende hem achterna, maar vond zichzelf al snel terug op de plek van de boomstronk. Lachend verscheen De thief en een andere Norn (een Mesmer) achter een boom vandaan. Toen begreep hij dat hij in de maling genomen was…
Hij zwoer wraak op de 2. Hij verliet zijn thuis op zoek naar hun, en beloofde pas terug te komen nadat hij het amulet terug gevonden had..
Het amulet heeft hij tot op de dag van vandaag nog niet terug gevonden, echter is Caeli inmiddels wel een volleerd elementalist en begonnen aan zijn verhaal..
Caeli Dristmor, Zoon van Ignus en Glaciem Dristmor, groeide op in Hoelbrak. Ignus en Glaciem, beide nog opgegroeid in de Far Shiverpeaks, waren op zeer jonge leeftijd al natuurtalenten in het beheersen van de elementen. Snel begonnen de verhalen over hun te verspreiden en het respect van alle Norn om zich heen te groeien.
Caeli was helaas geen natuurtalent. Hij trainde dagelijks en hard, maar zonder succes en hoe langer hoe meer begon het gevoel hem te bekruipen dat hij niet aan de verwachtingen van zijn ouders kon voldoen.
Op een dag tijdens zijn training verscheen de totum van een vos tot hem. De vos vertelde hem dat als hij een manier wist om de elementen te beheersen. Maar daarvoor had hij het amulet van zijn vader nodig, een erfstuk wat al generaties lang ervoor zorgde dat er goede elematalists in hun familie voortkwamen volgens de vos… Die nacht , terwijl zijn vader zijn roes lag uit te slapen, pakte Caeli het amulet, en ging terug naar het bos, op zoek naar de totum. Toen hij hem vroeg de vos hem het amulet op de boomstronk neer te leggen en een stap terug te doen. Het moment dat Caeli een stap terug deed, rende een Charr Thief langs hem, greep het amulet, en verdween het bos in. Hij rende hem achterna, maar vond zichzelf al snel terug op de plek van de boomstronk. Lachend verscheen De thief en een andere Norn (een Mesmer) achter een boom vandaan. Toen begreep hij dat hij in de maling genomen was…
Hij zwoer wraak op de 2. Hij verliet zijn thuis op zoek naar hun, en beloofde pas terug te komen nadat hij het amulet terug gevonden had..
Het amulet heeft hij tot op de dag van vandaag nog niet terug gevonden, echter is Caeli inmiddels wel een volleerd elementalist en begonnen aan zijn verhaal..
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:09, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 318 woorden
Reden: 318 woorden
- smalltesla
- Avonturier
-
- Berichten: 20
- Geregistreerd: 25 apr 2012, 20:00
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Een Wonderlijke Voorspelling
Al vele eeuwen lang lopen er rangers rond op Tyria , beschermers van en gebonden aan de wetten van de natuur en onderdanig aan de godin melandru. Lang was er vrede en voorspoed , bossen waren uitgestrekt over duizenden hectare en de mensen jaagden er precies wat ze nodig hadden om te leven. Plezierjacht was ten strengste verboden en wie dat overtrad werd verboden de bossen nog te betreden...op straffe van de dood. Maar langzaam aan veranderde er iets ....
Een kille wind in Cantha , De ondergang van een verbannen God ( Abaddon ) en de opkomst van een nieuwe ( kormir ) vervaagde langzaam de normen en waarde en leek het alsof de goden de rassen van Tyria hadden verlaten.....Leek want de godin Melandru had een voorspelling achtergelaten op de boom in de tuin van het Kasteel van Koning Adelbern....
" Wanneer het einde van een koninkrijk nadert...."
" De hoop lijkt te zijn verloren "
" zal als door een wonder een bevroren blad ontdooien "
" en de hoop voor ieder aan de horizon gloren ...... "
Het werd een zware tijd voor de rangers van het ooit zo glorie rijke Ascalon... Charrs plunderde en vernietigde alles dat door de mens was opgebouwd.
1 zwangere Vrouw , een Ascalon Ranger genaamd Juliette Frozenleaves, werd echter gespaard door
een vrouwelijke Charr, dit was bijzonder want de charrs en mensen haatte elkaar intens maar hier gebeurde dus een wonder.Als dank vroeg de vrouw de naam van de charr.
" Amylia jorbsword.... " , zei de charr met mopperende zware stem .Toen later de vrouw in de bossen beviel van een prachtige dochter met gouden haar noemde ze haar Amy Jo, afgeleid van de Charr die haar leven spaarde.
En zo komt het dat Amy Jo Frozenleaves , haar leven dankt aan zowel een charr als aan een mens ..Nu is ze een ranger met de belangrijke taak om het op te nemen tegen de draak die het leven wil beeindigen voor heel Tyria.
Al vele eeuwen lang lopen er rangers rond op Tyria , beschermers van en gebonden aan de wetten van de natuur en onderdanig aan de godin melandru. Lang was er vrede en voorspoed , bossen waren uitgestrekt over duizenden hectare en de mensen jaagden er precies wat ze nodig hadden om te leven. Plezierjacht was ten strengste verboden en wie dat overtrad werd verboden de bossen nog te betreden...op straffe van de dood. Maar langzaam aan veranderde er iets ....
Een kille wind in Cantha , De ondergang van een verbannen God ( Abaddon ) en de opkomst van een nieuwe ( kormir ) vervaagde langzaam de normen en waarde en leek het alsof de goden de rassen van Tyria hadden verlaten.....Leek want de godin Melandru had een voorspelling achtergelaten op de boom in de tuin van het Kasteel van Koning Adelbern....
" Wanneer het einde van een koninkrijk nadert...."
" De hoop lijkt te zijn verloren "
" zal als door een wonder een bevroren blad ontdooien "
" en de hoop voor ieder aan de horizon gloren ...... "
Het werd een zware tijd voor de rangers van het ooit zo glorie rijke Ascalon... Charrs plunderde en vernietigde alles dat door de mens was opgebouwd.
1 zwangere Vrouw , een Ascalon Ranger genaamd Juliette Frozenleaves, werd echter gespaard door
een vrouwelijke Charr, dit was bijzonder want de charrs en mensen haatte elkaar intens maar hier gebeurde dus een wonder.Als dank vroeg de vrouw de naam van de charr.
" Amylia jorbsword.... " , zei de charr met mopperende zware stem .Toen later de vrouw in de bossen beviel van een prachtige dochter met gouden haar noemde ze haar Amy Jo, afgeleid van de Charr die haar leven spaarde.
En zo komt het dat Amy Jo Frozenleaves , haar leven dankt aan zowel een charr als aan een mens ..Nu is ze een ranger met de belangrijke taak om het op te nemen tegen de draak die het leven wil beeindigen voor heel Tyria.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:10, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 338 woorden
Reden: 338 woorden
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De weg naar engineering
Het verhaal begint bij de jonge sylvari meid afkomstig van de pale tree ,wie er altijd al van droomde om ooit te wereld van tyria te ontdekken.
Iedereen wou dat ze een mooie sterke warrior werd die in staat was haarzelf te verdedigen, maar diep van binnen voelde ze zich geen warrior.
Wanneer ze op een dag een groep centaurs hoorde praten over een aanval op haar dorp was ze bang wat er zou gebeuren en bedacht ze een ingenieus plan om de centaurs tegen te houden.
Op de weg naar haar dorp zetten ze overal traps en voor het dorp een paar turrets,en daar stond ze met een geweer helemaal klaar voor de strijd.
Wanneer een andere dorpeling passeert vraagt deze “wat doet u hier zo laat nog” en toen vertelde faulora alles over de nakende centaur aanval en vertelde de man ook over de traps en turrets ze helemaal alleen ineengestoken heeft.
De oude man geloofde haar nier direct maar was tegelijk onder de indruk over het bouwen van de turrets en begon tegen haar als engineer te praten.
“engineer?” vroeg faulora “wat is dat voor iets?”
De oude man stapt ineens weg en faulora vraagt hem terug te komen maar het lijkt of hij haar niet hoort.
Wanneer ze zich omdraait ziet ze ineens een kleine groep centaurs staan klaar voor de aanval,
Als de centaurs aanvielen werden ze één voor één uitgeschakeld door faulora en haar turrets, na de aanval kwam die oude man daar terug met zijn armen vol boeken over engineering.
Geboeid als ze was begon ze te lezen en te testen met de nieuwe dingen die ze leerde.
Eenmaal ze alle boeken uithad stond het vast, ze ging en wou engineer worden.
Naar weken van opsluiting,oefeningen en leren over engineering kwam ze buiten waarnaar ze wonderwel als held behandeld werd.
ze snapte er niets van maar toen kwam ze te weten dat de man het verteld had van de centaurs.
Ze was voor het dorp een engineer met de moed van een warrior.
Op dat moment voelde ze zich verplicht om de rest van tyria ook te helpen in het gevecht tegen de draken en vertrok met een klein hartje uit haar geboortestad.
Een paar dagen van rondwandelen kwam ze een centaurkamp tegen, hetzelfde dat haar dorp had aangevallen.
voor ze het goed en wel wist stonden er ineens 2 centaurs achter haar door wie ze gevangen genomen werd.
Dagen slijten voordat ze eindelijk wist wat te doen,uiteindelijk dacht ze aan de engineering boeken waarmee ze simpel een elixir kon maken.
Ze dronk het elixir rustig uit waarna ze veranderde in een tornado en zo uit de cel ontsnapte en het hele kamp lam legde.
Sinds die dag is ze veel alerter en staat ze klaar om de strijd aan te gaan met de draken.
En zo komt het dat mijn sylvari een engineer werd, een haat ontwikkelde voor centaurs, en een dapper moedig karakter heeft.
Het verhaal begint bij de jonge sylvari meid afkomstig van de pale tree ,wie er altijd al van droomde om ooit te wereld van tyria te ontdekken.
Iedereen wou dat ze een mooie sterke warrior werd die in staat was haarzelf te verdedigen, maar diep van binnen voelde ze zich geen warrior.
Wanneer ze op een dag een groep centaurs hoorde praten over een aanval op haar dorp was ze bang wat er zou gebeuren en bedacht ze een ingenieus plan om de centaurs tegen te houden.
Op de weg naar haar dorp zetten ze overal traps en voor het dorp een paar turrets,en daar stond ze met een geweer helemaal klaar voor de strijd.
Wanneer een andere dorpeling passeert vraagt deze “wat doet u hier zo laat nog” en toen vertelde faulora alles over de nakende centaur aanval en vertelde de man ook over de traps en turrets ze helemaal alleen ineengestoken heeft.
De oude man geloofde haar nier direct maar was tegelijk onder de indruk over het bouwen van de turrets en begon tegen haar als engineer te praten.
“engineer?” vroeg faulora “wat is dat voor iets?”
De oude man stapt ineens weg en faulora vraagt hem terug te komen maar het lijkt of hij haar niet hoort.
Wanneer ze zich omdraait ziet ze ineens een kleine groep centaurs staan klaar voor de aanval,
Als de centaurs aanvielen werden ze één voor één uitgeschakeld door faulora en haar turrets, na de aanval kwam die oude man daar terug met zijn armen vol boeken over engineering.
Geboeid als ze was begon ze te lezen en te testen met de nieuwe dingen die ze leerde.
Eenmaal ze alle boeken uithad stond het vast, ze ging en wou engineer worden.
Naar weken van opsluiting,oefeningen en leren over engineering kwam ze buiten waarnaar ze wonderwel als held behandeld werd.
ze snapte er niets van maar toen kwam ze te weten dat de man het verteld had van de centaurs.
Ze was voor het dorp een engineer met de moed van een warrior.
Op dat moment voelde ze zich verplicht om de rest van tyria ook te helpen in het gevecht tegen de draken en vertrok met een klein hartje uit haar geboortestad.
Een paar dagen van rondwandelen kwam ze een centaurkamp tegen, hetzelfde dat haar dorp had aangevallen.
voor ze het goed en wel wist stonden er ineens 2 centaurs achter haar door wie ze gevangen genomen werd.
Dagen slijten voordat ze eindelijk wist wat te doen,uiteindelijk dacht ze aan de engineering boeken waarmee ze simpel een elixir kon maken.
Ze dronk het elixir rustig uit waarna ze veranderde in een tornado en zo uit de cel ontsnapte en het hele kamp lam legde.
Sinds die dag is ze veel alerter en staat ze klaar om de strijd aan te gaan met de draken.
En zo komt het dat mijn sylvari een engineer werd, een haat ontwikkelde voor centaurs, en een dapper moedig karakter heeft.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:12, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 497 woorden
Reden: 497 woorden
- Silverdisc
- Pionier
-
- Berichten: 117
- Geregistreerd: 25 apr 2012, 08:57
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Alison Inferno
Het was 1302 AE (Mouvelian calender) (23 jaar voor de huidige dag in Guild Wars 2). Het was druk in Beetletun. Lord Caudecus was namelijk begonnen met de bouw van een enorme villa in Beetletun. Werkers liepen af en aan, en Beetletun was ineens een bruisend dorpje geworden.
Lord Caudecus was zelf niet aanwezig. De dorpelingen speculeerden waarom hij nooit kwam kijken. Sommige voorstanders van Caudecus dachten dat het was omdat hij zo druk was, maar er waren ook dorpelingen die dachten dat Caudecus bang was. Beetletun lag gevaarlijk dicht bij enkele kampen van centaurs. Beetletun werd regelmatig aangevallen door deze centaurs, en de dorpelingen konden niets daar tegen doen. Toch gaven de dorpelingen niet op. Iedere keer dat Beetletun was verwoest bouwden ze het weer opnieuw op, hopend dat dit keer hun huizen niet weer na 2 jaar werden verwoest.
In Beetletun was het gewoonlijk dat mensen geen kinderen hadden. Kinderen werden namelijk meegenomen door centaurs tijdens aanvallen. Eerst maar een goede verdediging opzetten, dachten de dorpelingen. Dit veranderde echter allemaal toen Lord Caudecus een villa liet bouwen in het dorp. Hij zou wachters inhuren die het dorp zouden kunnen beschermen tegen centaurs. De inwoners van Beetletun verwelkomden Lord Caudecus dan ook graag. Eindelijk konden ze Beetletun opbouwen, zonder dat ze bang hoefden te zijn voor een aanval.
Het duurde niet lang tot enkele vrouwen in het dorp zwanger waren. Dat kon nu immers, dachten ze. De bouw van de villa zou over enkele weken beginnen, en dan zouden de wachters komen. De wachters kwamen echter niet. Lord Caudecus was niet aanwezig bij de bouw van de villa, en hij vond het dus ook niet nodig om al wachters in te huren. De bouw begon wel, maar er waren geen wachters.
Toen werd Beetletun aangevallen door centaurs. Ze hadden mee gekregen dat er een villa werd gebouwd, en de centaurs wouden graag de bouwmaterialen hebben. De centaurs kwamen de stad in en slachtten iedereen af. Alleen een jong echtpaar dat een kind verwachtte overleefde de aanval. Zij hadden zich schuil gehouden in het meer naast Beetletun, en de centaurs hadden hen niet opgemerkt.
Het echtpaar ging wonen in Divinity's Reach, en ze kregen al gauw een dochter: Alison Inferno. Toen Alison pas vijf jaar oud was werd ze geadopteerd door een echtpaar van adel. Haar echte ouders waren plotseling verdwenen. Men vond Alison alleen thuis.
Getraumatiseerd door de aanval verdrong op haar ouders Alison de herinnering er aan. Ze voelde wel een diepe haat, waarmee ze ontdekte dat ze vuur kon besturen. Ze was niet sterk, maar wel slim, en wou zich altijd kunnen verdedigen. In de straten werd gefluisterd dat de White Mantle haar ouders had meegenomen. Alison groeide op bij adel en werd gauw beter met het besturen van elementen. Ze bleef zich echter wel steeds afvragen waar haar ouders waren. Dat brengt ons bij 1325 AE: Shaemoor wordt aangevallen door Centaurs. Alison besluit te gaan helpen, om wraak te nemen op de centaurs.
Het was 1302 AE (Mouvelian calender) (23 jaar voor de huidige dag in Guild Wars 2). Het was druk in Beetletun. Lord Caudecus was namelijk begonnen met de bouw van een enorme villa in Beetletun. Werkers liepen af en aan, en Beetletun was ineens een bruisend dorpje geworden.
Lord Caudecus was zelf niet aanwezig. De dorpelingen speculeerden waarom hij nooit kwam kijken. Sommige voorstanders van Caudecus dachten dat het was omdat hij zo druk was, maar er waren ook dorpelingen die dachten dat Caudecus bang was. Beetletun lag gevaarlijk dicht bij enkele kampen van centaurs. Beetletun werd regelmatig aangevallen door deze centaurs, en de dorpelingen konden niets daar tegen doen. Toch gaven de dorpelingen niet op. Iedere keer dat Beetletun was verwoest bouwden ze het weer opnieuw op, hopend dat dit keer hun huizen niet weer na 2 jaar werden verwoest.
In Beetletun was het gewoonlijk dat mensen geen kinderen hadden. Kinderen werden namelijk meegenomen door centaurs tijdens aanvallen. Eerst maar een goede verdediging opzetten, dachten de dorpelingen. Dit veranderde echter allemaal toen Lord Caudecus een villa liet bouwen in het dorp. Hij zou wachters inhuren die het dorp zouden kunnen beschermen tegen centaurs. De inwoners van Beetletun verwelkomden Lord Caudecus dan ook graag. Eindelijk konden ze Beetletun opbouwen, zonder dat ze bang hoefden te zijn voor een aanval.
Het duurde niet lang tot enkele vrouwen in het dorp zwanger waren. Dat kon nu immers, dachten ze. De bouw van de villa zou over enkele weken beginnen, en dan zouden de wachters komen. De wachters kwamen echter niet. Lord Caudecus was niet aanwezig bij de bouw van de villa, en hij vond het dus ook niet nodig om al wachters in te huren. De bouw begon wel, maar er waren geen wachters.
Toen werd Beetletun aangevallen door centaurs. Ze hadden mee gekregen dat er een villa werd gebouwd, en de centaurs wouden graag de bouwmaterialen hebben. De centaurs kwamen de stad in en slachtten iedereen af. Alleen een jong echtpaar dat een kind verwachtte overleefde de aanval. Zij hadden zich schuil gehouden in het meer naast Beetletun, en de centaurs hadden hen niet opgemerkt.
Het echtpaar ging wonen in Divinity's Reach, en ze kregen al gauw een dochter: Alison Inferno. Toen Alison pas vijf jaar oud was werd ze geadopteerd door een echtpaar van adel. Haar echte ouders waren plotseling verdwenen. Men vond Alison alleen thuis.
Getraumatiseerd door de aanval verdrong op haar ouders Alison de herinnering er aan. Ze voelde wel een diepe haat, waarmee ze ontdekte dat ze vuur kon besturen. Ze was niet sterk, maar wel slim, en wou zich altijd kunnen verdedigen. In de straten werd gefluisterd dat de White Mantle haar ouders had meegenomen. Alison groeide op bij adel en werd gauw beter met het besturen van elementen. Ze bleef zich echter wel steeds afvragen waar haar ouders waren. Dat brengt ons bij 1325 AE: Shaemoor wordt aangevallen door Centaurs. Alison besluit te gaan helpen, om wraak te nemen op de centaurs.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:14, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 499 woorden
Reden: 499 woorden
- Klayton Black
- Avonturier
- Berichten: 1
- Geregistreerd: 10 aug 2012, 01:12
- GW2 ID: Klayton Black
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Het laatste gevecht
‘Ik ben Klayton Black, hoofd van Huis Black, laatste van mijn bloedlijn. Mijn ouders stierven in Nebo Terrace... centaurs. Mijn broer... niemand weet wat er met hem is gebeurd. Hij zal wel dood zijn. Hij voegde zich bij de Seraph toen we hier aankwamen. Blijkbaar planden ze een aanval op de centaurs, verblind door wraak voegde hij zich bij hun. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien.
Nu woon ik in de Salma wijk, waar we ons huis vestigden na de aanval op Nebo Terrace, maar Huis Black is in verval geraakt. Mijn voorvader en naamgenoot Klayton Black zou mij zijn rug toekeren. Mijn moeder vertelde altijd verhaaltjes over hem, hoe hij over heel de wereld reisde, de befaamde Luxon en Kurzick gildes heeft verenigd en hoe hij ‘the great destroyer’ heeft gedood!
Maar wat maakt het uit, er zijn honderden helden uit de Gilde Oorlogen, hij was niet de enige die de Canthan gildes heeft verenigd of die aan de ondergang van ‘the Great Destroyer’ heeft meegeholpen. In deze tijd heeft iedereen wel een voorvader die in de Gilde Oorlogen een held was.
Ik mis Nebo Terrace, de mooie herinneringen en zo, de kinderen van de stad gingen altijd samen in de Witherflank rivier gaan zwemmen. Dat was nog voor de aanval, toen mijn vader nog zijn krijgeropleiding gaf, dat kwam uiteindelijk nog goed van pas...
Er is weer een tijd van helden aangebroken, weet je. De draken zijn terug, met slechte bedoelingen, en ik zal ze verslaan.
Ik weet niet echt hoe ik dit moet eindigen, het is mijn eerste dagboek.
Klayton Black
Salma wijk, Divinity’s Reach
1325 AE, seizoen van Zephyr
‘Ailill! We moeten maken dat we hier wegkomen! Waar zijn vader en moeder?’ Ailill Black draaide zich om naar zijn broer, zijn 2 illusies volgden zijn sierlijke bewegingen. Verdriet straalde uit de 3 gezichten. ‘Het spijt me Kl-Klayton,’ zijn stem sloeg over. ‘,ze waren niet buiten toen het huis instortte.’ 1 van zijn illusies flikkerde en verdween. Klayton begreep het niet, zijn ouders... dood? Hij schudde zijn hoofd, onmogelijk!
Zijn herinneringen werden verstoord toen een rotsblok naast hem insloeg. Hij greep zijn broers arm en sleurde hem mee naar Nebo Terrace’s garnizoen. ‘We kunnen nu geen tijd verspillen aan rouwen, Ailill! Daar is tijd voor wanneer we aankomen in Divinity’s Reach!’ Eenmaal aangekomen, richtte hij zich naar de kapitein van het garnizoen. ‘We moeten de dorpelingen verzamelen en ze naar Divinity’s Reach leiden. Er is nu geen mogelijkheid op overwinning!’ De kapitein schudde zijn hoofd.
‘Dat kunnen we niet doen, heer. We hebben gezworen om deze stad te verdedigen, dat zullen we ook doen.’ De kapitein vertrok, met het garnizoen achter hem.
Klayton vloekte, ze konden onmogelijk iedereen in veiligheid brengen met twee, ook Ailill zag dit.
‘We kunnen ze niet alleen helpen, Klayton. We moeten nu vertrekken.’ Klayton knikte, hij wist dat er geen andere keuze was. Hij sloot het vizier van zijn Spangenhelm en verliet de stad, zijn jeugd, zijn herinneringen...
‘Ik ben Klayton Black, hoofd van Huis Black, laatste van mijn bloedlijn. Mijn ouders stierven in Nebo Terrace... centaurs. Mijn broer... niemand weet wat er met hem is gebeurd. Hij zal wel dood zijn. Hij voegde zich bij de Seraph toen we hier aankwamen. Blijkbaar planden ze een aanval op de centaurs, verblind door wraak voegde hij zich bij hun. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien.
Nu woon ik in de Salma wijk, waar we ons huis vestigden na de aanval op Nebo Terrace, maar Huis Black is in verval geraakt. Mijn voorvader en naamgenoot Klayton Black zou mij zijn rug toekeren. Mijn moeder vertelde altijd verhaaltjes over hem, hoe hij over heel de wereld reisde, de befaamde Luxon en Kurzick gildes heeft verenigd en hoe hij ‘the great destroyer’ heeft gedood!
Maar wat maakt het uit, er zijn honderden helden uit de Gilde Oorlogen, hij was niet de enige die de Canthan gildes heeft verenigd of die aan de ondergang van ‘the Great Destroyer’ heeft meegeholpen. In deze tijd heeft iedereen wel een voorvader die in de Gilde Oorlogen een held was.
Ik mis Nebo Terrace, de mooie herinneringen en zo, de kinderen van de stad gingen altijd samen in de Witherflank rivier gaan zwemmen. Dat was nog voor de aanval, toen mijn vader nog zijn krijgeropleiding gaf, dat kwam uiteindelijk nog goed van pas...
Er is weer een tijd van helden aangebroken, weet je. De draken zijn terug, met slechte bedoelingen, en ik zal ze verslaan.
Ik weet niet echt hoe ik dit moet eindigen, het is mijn eerste dagboek.
Klayton Black
Salma wijk, Divinity’s Reach
1325 AE, seizoen van Zephyr
‘Ailill! We moeten maken dat we hier wegkomen! Waar zijn vader en moeder?’ Ailill Black draaide zich om naar zijn broer, zijn 2 illusies volgden zijn sierlijke bewegingen. Verdriet straalde uit de 3 gezichten. ‘Het spijt me Kl-Klayton,’ zijn stem sloeg over. ‘,ze waren niet buiten toen het huis instortte.’ 1 van zijn illusies flikkerde en verdween. Klayton begreep het niet, zijn ouders... dood? Hij schudde zijn hoofd, onmogelijk!
Zijn herinneringen werden verstoord toen een rotsblok naast hem insloeg. Hij greep zijn broers arm en sleurde hem mee naar Nebo Terrace’s garnizoen. ‘We kunnen nu geen tijd verspillen aan rouwen, Ailill! Daar is tijd voor wanneer we aankomen in Divinity’s Reach!’ Eenmaal aangekomen, richtte hij zich naar de kapitein van het garnizoen. ‘We moeten de dorpelingen verzamelen en ze naar Divinity’s Reach leiden. Er is nu geen mogelijkheid op overwinning!’ De kapitein schudde zijn hoofd.
‘Dat kunnen we niet doen, heer. We hebben gezworen om deze stad te verdedigen, dat zullen we ook doen.’ De kapitein vertrok, met het garnizoen achter hem.
Klayton vloekte, ze konden onmogelijk iedereen in veiligheid brengen met twee, ook Ailill zag dit.
‘We kunnen ze niet alleen helpen, Klayton. We moeten nu vertrekken.’ Klayton knikte, hij wist dat er geen andere keuze was. Hij sloot het vizier van zijn Spangenhelm en verliet de stad, zijn jeugd, zijn herinneringen...
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:27, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 500 woorden
Reden: 500 woorden
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De zwarte dood
Ik ben Ghoray Archenemy ik ben geboren in een oorlog ik was nog geen 5 minuten in de wereld of ik ben meegenomen door de barbaren dij mijn dorp hebben aangevallen.
Ze brachten mij mee met hun plunderingen en brachten mij groot als iemand die zichzelf in leven houd door het stelen van anderen wat ik nooit oke vond.
Toen ik 12 werd hebben ze mij de dodelijke kunst van de necromantie geleerd.
En op mijn 14 verjaardag had ik mijn eerste ziel uit het lichaam van een konijn verjaagt.
Op mijn 16de jaar kon ik het niet meer aan en had ik de zielen van de barbaren uit hun lichamen gejaagd en vluchten waar naartoe wist ik nog niet.
Een jaar of 2 later kwam ik bij een bar in Hoelbrak een oude rivaal tegen die 2 jaar voor mijn uitbraak uit het kamp was gevlucht.
Na iets te veel gedronken te hebben kregen we ruzie en gingen op elkaar inslaan en kreeg ik een blackout.
De volgende dag werd ik wakker midden in een bos met een vat bier naast mij.
Ik hoop dat er niks ernstig is gebeurt die nacht.
Nu probeer ik mijzelf een legende te maken op welke manier die er maar is.
Ik ben Ghoray Archenemy ik ben geboren in een oorlog ik was nog geen 5 minuten in de wereld of ik ben meegenomen door de barbaren dij mijn dorp hebben aangevallen.
Ze brachten mij mee met hun plunderingen en brachten mij groot als iemand die zichzelf in leven houd door het stelen van anderen wat ik nooit oke vond.
Toen ik 12 werd hebben ze mij de dodelijke kunst van de necromantie geleerd.
En op mijn 14 verjaardag had ik mijn eerste ziel uit het lichaam van een konijn verjaagt.
Op mijn 16de jaar kon ik het niet meer aan en had ik de zielen van de barbaren uit hun lichamen gejaagd en vluchten waar naartoe wist ik nog niet.
Een jaar of 2 later kwam ik bij een bar in Hoelbrak een oude rivaal tegen die 2 jaar voor mijn uitbraak uit het kamp was gevlucht.
Na iets te veel gedronken te hebben kregen we ruzie en gingen op elkaar inslaan en kreeg ik een blackout.
De volgende dag werd ik wakker midden in een bos met een vat bier naast mij.
Ik hoop dat er niks ernstig is gebeurt die nacht.
Nu probeer ik mijzelf een legende te maken op welke manier die er maar is.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:27, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 211 woorden
Reden: 211 woorden
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Het Begin.. Van het einde
Het was 1310 AE (Mouvelian calender) (15 Jaar geleden) net buiten de veilige muren van Black Citadel op de boerderij van de familie Krytan.
Vele jaren geleden was er een jonge Charr Familie die deze boerderij betrok. Het was niet zo maar een boerderij.. Nee het was een visfokkerij, waar het overgrote deel van Black Citadel zijn vis vandaan haalde. De eerste paar jaar waren zware jaren. De verwachtingen waren hoog, en de manier van leven en werken was nieuw. Toen de man des huizes alles onder controle had begon het goede leven. De zaken gingen goed, de reputatie was hoog en de familie werd gerespecteerd. Het was tijd voor jongen.
Allereerst, een jongen en drie jaar later een meisje! Ze waren dolsgelukkig, twee gezonde jongen en goede zaken.
Alles ging goed, tot op een bepaalde dag.
Het was ongeveer half 12 toen het 8 jarige Charr-Jong, genaamd Group, bijna in slaap viel. Opeens schrok Group wakker omdat hij gestommel beneden hoorde.
Een fractie van een seconde later hoorde hij zijn vader grommen. Hij hoorde een hoge menselijke stem lachen. Het klonk niet goed, eigenlijk gewoon slecht! Nog een grom! De hoge stem kwam van een vrouwen mens! Wat doen die hier!? Group kwam uit bed, en op dat moment hoorde hij het ijzige geluid van ketens, en een grom van zijn vader die halverwege werd afgekapt. Group raakte in paniek en begon naar beneden te lopen. Een gil! Z'n moeder! Toen een ijzige tik, en toen ijzige stilte.
Beneden aangekomen zag hij z'n moeder op de grond liggen, bewusteloos.
Z'n vader? Ijzig koud, met ketens om z'n borst en armen
Z'n zusje? Nergens te bekennen.
De mensen? Een flauwe lach in de verte.
Die dag vergeet Group nooit meer, en Group heeft besloten..
Hij zal z'n zusje zoeken, al is het het laatste wat hij doet!
15 Jaar later is het zover, hij is klaar met trainen en gaat ten oorlog!
Het was 1310 AE (Mouvelian calender) (15 Jaar geleden) net buiten de veilige muren van Black Citadel op de boerderij van de familie Krytan.
Vele jaren geleden was er een jonge Charr Familie die deze boerderij betrok. Het was niet zo maar een boerderij.. Nee het was een visfokkerij, waar het overgrote deel van Black Citadel zijn vis vandaan haalde. De eerste paar jaar waren zware jaren. De verwachtingen waren hoog, en de manier van leven en werken was nieuw. Toen de man des huizes alles onder controle had begon het goede leven. De zaken gingen goed, de reputatie was hoog en de familie werd gerespecteerd. Het was tijd voor jongen.
Allereerst, een jongen en drie jaar later een meisje! Ze waren dolsgelukkig, twee gezonde jongen en goede zaken.
Alles ging goed, tot op een bepaalde dag.
Het was ongeveer half 12 toen het 8 jarige Charr-Jong, genaamd Group, bijna in slaap viel. Opeens schrok Group wakker omdat hij gestommel beneden hoorde.
Een fractie van een seconde later hoorde hij zijn vader grommen. Hij hoorde een hoge menselijke stem lachen. Het klonk niet goed, eigenlijk gewoon slecht! Nog een grom! De hoge stem kwam van een vrouwen mens! Wat doen die hier!? Group kwam uit bed, en op dat moment hoorde hij het ijzige geluid van ketens, en een grom van zijn vader die halverwege werd afgekapt. Group raakte in paniek en begon naar beneden te lopen. Een gil! Z'n moeder! Toen een ijzige tik, en toen ijzige stilte.
Beneden aangekomen zag hij z'n moeder op de grond liggen, bewusteloos.
Z'n vader? Ijzig koud, met ketens om z'n borst en armen
Z'n zusje? Nergens te bekennen.
De mensen? Een flauwe lach in de verte.
Die dag vergeet Group nooit meer, en Group heeft besloten..
Hij zal z'n zusje zoeken, al is het het laatste wat hij doet!
15 Jaar later is het zover, hij is klaar met trainen en gaat ten oorlog!
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:27, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 327 woorden
Reden: 327 woorden
- Freezzie
- Veteraan
-
- Berichten: 253
- Geregistreerd: 30 apr 2012, 12:41
- GW2 ID: Freezzie.6539
- Guild: Dutch Doom Brigade [DDB]
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Titel: De terugvlucht vanuit Ebonhawke
Hoofdpersoon: Shiff, een Asura Engineer
Ebonhawke, 24 augustus 1917
Al maanden is hij er mee bezig, een machine waarmee de mensen uit Ebonhawke vanuit de lucht bommen kunnen gooien op de charr. Hoewel de deadline steeds dichterbij komt, lukt Shiff het maar niet om in zijn laboratorium het prototype werkend te krijgen. De complexiteit zit hem in de elektrische gems, nog nooit had een Asura het voor elkaar gekregen om een machine de beweging van een vogel na te laten doen. Laat staan dat een mens dit zou kunnen besturen.
Vorige maand was Shiff nog in Hoelbrak geweest, in de Raven Lodge. Daar bestudeerde hij de vleugels van de vogels, om zo zijn ontwerp te verbeteren. Terwijl hij deze gegevens in zijn lab bestudeerde, schrok hij op van het geklop op zijn deur. Zuchtend loopt hij naar de deur, waar tot zijn grote verbazing zijn broer Flogg staat. Voor dat hij ook maar iets kan zeggen stormt Flogg naar binnen en zegt: 'Je schiet niet echt op hé, broertje?' 'Nee' zegt Shiff, met een diepe zucht. Hij had het niet zo op zijn broer. Twee jaar geleden was hij samen met zijn broer vanuit de Hinterlabs vertrokken naar Ebonhawke, om daar de mensen te assisteren in hun oorlog tegen de charr. Ze hadden allebei hun eigen laboratorium in Ebonhawke, maar Flogg kwam elke keer langs om zijn ideeën te kopiëren. Ook nu dacht Shiff dat dit de reden was van zijn komst. Terwijl Flogg bestuderend naar zijn tekeningen kijkt zegt Shiff: 'Wat kom je doen? Het is al laat.' 'Niks' zegt Flogg, 'ik kom alleen even kijken hoe ver mijn broertje ervoor staat. Niet ver dus.' Shiff was woedend. 'Je komt toch niet mijn ontwerp tekeningen jatten!' zegt hij. 'Jatten? Ik heb jou tekeningen helemaal niet nodig!' zegt Flogg, waarna hij terug naar buiten loopt. Zonder zijn broer uit te zwaaien gooit Shiff zijn deur dicht en gaat naar bed.
De volgende ochtend wordt Shiff door een hoop rumoer wakker. Er is iets gaande buiten. Rustig trekt Shiff zijn kleding aan en loopt naar buiten. Een grote massa van mensen staan in de straten ergens naar te kijken. Er staat iemand op een verhoogd platform, maar hij kan niet zien wie of wat dit is. En toen zag hij het, het was... 'Flogg!'. En naast Flogg stond een machine die op zijn prototype lijkt! Woedend rent Shiff terug naar binnen, en tot zijn grote verbazing waren al zijn tekeningen en gegevens weg! 'Mijn eigen broer heeft alles gejat! Dit trek ik niet langer, ik ben weg!'
Met al zijn spulletjes gepakt in zijn rukzag, loopt Shiff de straat uit. Terwijl Sniff voor de Asura gate staat, hoort hij de menigte in alle vreugde klappen. Shiff zucht, maar kijk niet om. Hij aarzelt even, maar loopt dan toch door. Hij gaat terug richting Rata Sum, waar hij zijn eigen avontuur gaat opzoeken.
Shiff, bij zijn terugkeer naar Rata Sum

Hoofdpersoon: Shiff, een Asura Engineer
Ebonhawke, 24 augustus 1917
Al maanden is hij er mee bezig, een machine waarmee de mensen uit Ebonhawke vanuit de lucht bommen kunnen gooien op de charr. Hoewel de deadline steeds dichterbij komt, lukt Shiff het maar niet om in zijn laboratorium het prototype werkend te krijgen. De complexiteit zit hem in de elektrische gems, nog nooit had een Asura het voor elkaar gekregen om een machine de beweging van een vogel na te laten doen. Laat staan dat een mens dit zou kunnen besturen.
Vorige maand was Shiff nog in Hoelbrak geweest, in de Raven Lodge. Daar bestudeerde hij de vleugels van de vogels, om zo zijn ontwerp te verbeteren. Terwijl hij deze gegevens in zijn lab bestudeerde, schrok hij op van het geklop op zijn deur. Zuchtend loopt hij naar de deur, waar tot zijn grote verbazing zijn broer Flogg staat. Voor dat hij ook maar iets kan zeggen stormt Flogg naar binnen en zegt: 'Je schiet niet echt op hé, broertje?' 'Nee' zegt Shiff, met een diepe zucht. Hij had het niet zo op zijn broer. Twee jaar geleden was hij samen met zijn broer vanuit de Hinterlabs vertrokken naar Ebonhawke, om daar de mensen te assisteren in hun oorlog tegen de charr. Ze hadden allebei hun eigen laboratorium in Ebonhawke, maar Flogg kwam elke keer langs om zijn ideeën te kopiëren. Ook nu dacht Shiff dat dit de reden was van zijn komst. Terwijl Flogg bestuderend naar zijn tekeningen kijkt zegt Shiff: 'Wat kom je doen? Het is al laat.' 'Niks' zegt Flogg, 'ik kom alleen even kijken hoe ver mijn broertje ervoor staat. Niet ver dus.' Shiff was woedend. 'Je komt toch niet mijn ontwerp tekeningen jatten!' zegt hij. 'Jatten? Ik heb jou tekeningen helemaal niet nodig!' zegt Flogg, waarna hij terug naar buiten loopt. Zonder zijn broer uit te zwaaien gooit Shiff zijn deur dicht en gaat naar bed.
De volgende ochtend wordt Shiff door een hoop rumoer wakker. Er is iets gaande buiten. Rustig trekt Shiff zijn kleding aan en loopt naar buiten. Een grote massa van mensen staan in de straten ergens naar te kijken. Er staat iemand op een verhoogd platform, maar hij kan niet zien wie of wat dit is. En toen zag hij het, het was... 'Flogg!'. En naast Flogg stond een machine die op zijn prototype lijkt! Woedend rent Shiff terug naar binnen, en tot zijn grote verbazing waren al zijn tekeningen en gegevens weg! 'Mijn eigen broer heeft alles gejat! Dit trek ik niet langer, ik ben weg!'
Met al zijn spulletjes gepakt in zijn rukzag, loopt Shiff de straat uit. Terwijl Sniff voor de Asura gate staat, hoort hij de menigte in alle vreugde klappen. Shiff zucht, maar kijk niet om. Hij aarzelt even, maar loopt dan toch door. Hij gaat terug richting Rata Sum, waar hij zijn eigen avontuur gaat opzoeken.
Shiff, bij zijn terugkeer naar Rata Sum

Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:29, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 493 woorden
Reden: 493 woorden
- Sjeng
- Moderator
-
- Berichten: 496
- Geregistreerd: 23 dec 2010, 10:39
- Woonplaats: Maastricht
- GW2 ID: Sjeng.7264
- Guild: Limburgse Jagers [LJ]
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De nalatenschap van een Limburgse Jager
250 jaar geleden leefde er een held, genaamd Huubke D'n Helle. Hij was een soldaat uit het oude Ascalon, en vocht in dienst van Prins Rurik tegen de Charr. Zijn heldendaden waren groot een veelvuldig. Hij vocht zelf met de Dwergen en de Norn mee tegen de Destroyers in de Far Shiverpeaks. Vechtend met de woeste Norn, groeide bij Huubke een groot ontzag voor hun eigenschap om in het gevecht te veranderen in hun totem-dier: Beer, Wolf, Raaf of Sneeuw Luipaard. Hij zwoer zich deze eigenschap ooit eigen te maken, ook al was hij zelf geen Norn.
En zo gebeurde het dat hij na zijn laatste gevecht tegen de Destroyers bleef wonen in de koude Norn gebieden, en leerde daar de levenswijze van deze machtige krijgers. Huubke leerde er zelfs zijn toekomstige vrouw kennen, een struise Norn dame. Huubke was nogal klein van stuk, wat voor vele Norn bijzonder grappig was, want zijn vrouw, Brunhilde, stak zeker 3 koppen boven hem uit.
Toch wist Huubke zich menigmaal te bewijzen, en hij werd uiteindelijk alom gerespecteerd.
Zelfs zijn gilde, de Limburgse Jagers (zoals iedereen weet is Limburg een prachtige streek in de zuidelijke Far Shiverpeaks), werd een geliefde groep binnen de Norn maatschappij, en nieuwe leden kwamen van alle windstreken om zich bij Huubke en de zijnen aan te sluiten.
Enkele jaren gingen voorbij, en Huubke en Brunhilde kregen veel kinderen. Grote, roodharige meiden en kleine maar potige jongens.
Nog meer jaren verstreken, en Tyria was een lange tijd kalm. Er werden vele generaties nakomelingen geboren, en zo leefde de legende van Huubke en de Jagers voort.
In 1325AE van de Krytan jaartelling was er een jonge Norn krijger genaamd Sjeng, een rechtstreekse afstammeling van Huubke, die op het punt stond zijn strepen te verdienen binnen de Norn kringen. Hij was opgevoed in de Norn manieren, maar kende ook de erecode van de Limburgse Jagers. Zijn voorouders hadden deze traditie 250 jaar lang in ere gehouden en elke generatie alles geleerd wat er te leren viel van het gilde. Zijn doel was om de traditie van het gilde voort te zetten, en samen met zijn vrienden en gildematen de recente bedreiging van de herrezen draken de kop in te drukken.
En zo gebeurde het dat Huubke op een dag op pad ging naar alle uithoeken van Tyria, om daar te zoeken naar dappere mensen, Norn, Sylvari, Asura en zelfs Charr, om zich aan te sluiten bij zijn gilde. Gewapend met zijn charme, zijn gilde cape en een flinke voorraad Limburgse kaas (een Norn specialiteit) en donker bier, meldde hij zich bij alle hoofdsteden in het land, en wist zo de interesse te wekken van menig avonturier. Met name de kaas bleek een groot succes (van het bier kunnen velen zich weinig herinneren...)
En zo groeide het gilde, en waren Sjeng en zijn gilde dappere krijgers, magiërs en verkenners, klaar om de strijd aan te binden met de valse draken die hun geliefde wereld bedreigden!
250 jaar geleden leefde er een held, genaamd Huubke D'n Helle. Hij was een soldaat uit het oude Ascalon, en vocht in dienst van Prins Rurik tegen de Charr. Zijn heldendaden waren groot een veelvuldig. Hij vocht zelf met de Dwergen en de Norn mee tegen de Destroyers in de Far Shiverpeaks. Vechtend met de woeste Norn, groeide bij Huubke een groot ontzag voor hun eigenschap om in het gevecht te veranderen in hun totem-dier: Beer, Wolf, Raaf of Sneeuw Luipaard. Hij zwoer zich deze eigenschap ooit eigen te maken, ook al was hij zelf geen Norn.
En zo gebeurde het dat hij na zijn laatste gevecht tegen de Destroyers bleef wonen in de koude Norn gebieden, en leerde daar de levenswijze van deze machtige krijgers. Huubke leerde er zelfs zijn toekomstige vrouw kennen, een struise Norn dame. Huubke was nogal klein van stuk, wat voor vele Norn bijzonder grappig was, want zijn vrouw, Brunhilde, stak zeker 3 koppen boven hem uit.
Toch wist Huubke zich menigmaal te bewijzen, en hij werd uiteindelijk alom gerespecteerd.
Zelfs zijn gilde, de Limburgse Jagers (zoals iedereen weet is Limburg een prachtige streek in de zuidelijke Far Shiverpeaks), werd een geliefde groep binnen de Norn maatschappij, en nieuwe leden kwamen van alle windstreken om zich bij Huubke en de zijnen aan te sluiten.
Enkele jaren gingen voorbij, en Huubke en Brunhilde kregen veel kinderen. Grote, roodharige meiden en kleine maar potige jongens.
Nog meer jaren verstreken, en Tyria was een lange tijd kalm. Er werden vele generaties nakomelingen geboren, en zo leefde de legende van Huubke en de Jagers voort.
In 1325AE van de Krytan jaartelling was er een jonge Norn krijger genaamd Sjeng, een rechtstreekse afstammeling van Huubke, die op het punt stond zijn strepen te verdienen binnen de Norn kringen. Hij was opgevoed in de Norn manieren, maar kende ook de erecode van de Limburgse Jagers. Zijn voorouders hadden deze traditie 250 jaar lang in ere gehouden en elke generatie alles geleerd wat er te leren viel van het gilde. Zijn doel was om de traditie van het gilde voort te zetten, en samen met zijn vrienden en gildematen de recente bedreiging van de herrezen draken de kop in te drukken.
En zo gebeurde het dat Huubke op een dag op pad ging naar alle uithoeken van Tyria, om daar te zoeken naar dappere mensen, Norn, Sylvari, Asura en zelfs Charr, om zich aan te sluiten bij zijn gilde. Gewapend met zijn charme, zijn gilde cape en een flinke voorraad Limburgse kaas (een Norn specialiteit) en donker bier, meldde hij zich bij alle hoofdsteden in het land, en wist zo de interesse te wekken van menig avonturier. Met name de kaas bleek een groot succes (van het bier kunnen velen zich weinig herinneren...)
En zo groeide het gilde, en waren Sjeng en zijn gilde dappere krijgers, magiërs en verkenners, klaar om de strijd aan te binden met de valse draken die hun geliefde wereld bedreigden!
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:31, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 499 woorden
Reden: 499 woorden
Sjeng, proud leader of the Limburgse Jagers. (recruitment topic)
─────── Forum Regels ───────
─────── Forum Regels ───────
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De verstrooide uitvinder:
Gepetto, zoals de dorpsgenoten hem noemde, zat bijna altijd in zijn werkplaats. Daar maakte hij de meest vreemde apparaten, van automatische honden-uitlaters tot wapens die door het energie schild van een Guardian heen konden penetreren. De kleine uitvinder, want zelfs voor een asura was hij nog klein, was al van jongs af aan het knutselen en was dan ook altijd al bestemd een engineer te worden.
Op zijn elfde werd hij al bekend in heel Tyria, hij had namelijk een apparaat ontwikkeld waarmee hij alles konden laten zweven. Hoewel er in Tyria stenen voorkwamen die vanuit zichzelf konden zweven was het nog geen een ras gelukt deze techniek zelf na te bootsen. Sinds deze uitvinding gebruikt de asura de techniek in veel gebouwen als een verdedigingsmechanisme.
Het is altijd een mysterie geweest hoe 'Gepetto' op 11 jarige leeftijd de zweeftechniek heeft uitgevonden. Een anekdote die vaak in het dorp wordt verteld is dat op een van de vele malen dat Gepetto in het bos op zoek wat naar materialen voor zijn 'knutselwerken' de geest van Tyria hem de geheimen heeft geleerd. Ook zou deze geest hem hebben gezegend om een grote uitvinder te worden. Vele in het dorp doen deze anekdote echter af als een broodje aap verhaal verzonnen door mensen die het niet kunnen verdragen dat een 11-jarige slimmer was als ze zelf waren.
De laatste jaren ziet bijna niemand Gepetto meer en er komen ook geen nieuwe uitvindingen meer uit zijn werkplaats. Velen denken dat zijn nieuwe ontdekkingen allemaal mislukt zijn en hij zich uit schaamte niet meer durft te vertonen, maar zoals met de meeste roddels is daar niets van waar.
Gepetto heeft namelijk altijd een droom gehad.. Hij wilde niet alleen uitvinder zijn, hij wilde zijn uitvinden ook gebruiken in een poging Tyria tegen de draken te beschermen, hij wilde een held zijn. Maar nu is hij te oud, zijn gewrichten willen niet meer en zijn conditie is nooit erg goed geweest. Daarom heeft hij de laatste jaren van zijn leven gewerkt aan een apparaat dat weer een jonge god van hem kan maken. Zijn project was bijna mislukt, hij kreeg het apparaat namelijk maar niet aan de praat en zijn laatste dagen leken geteld te zijn. Door ouderdom werd hij zwakker en zwakker. Het was op zijn sterfbed dat hij ineens wist wat de fout was. Om de elektromagnetische degressie van de celdegeneratie te voorkomen moest de cabine waarin het verjonging proces plaats vond gevuld worden met water.
Met zijn laatste adem kroop uit zijn bed, liet het apparaat vol lopen met water en ging erin zitten, hij activeerde de machine en viel flauw. Naar een paar minuten kwam hij weer bij. Hij kroop uit de machine en liep naar de spiegel, daar zag hij een jonge versie van hem zelf. Het was toch geluk!
Hij sprong een gat in de lucht, pakte snel al zijn spullen bij elkaar en zo.... zo begon zijn avontuur in Tyria.
Gepetto, zoals de dorpsgenoten hem noemde, zat bijna altijd in zijn werkplaats. Daar maakte hij de meest vreemde apparaten, van automatische honden-uitlaters tot wapens die door het energie schild van een Guardian heen konden penetreren. De kleine uitvinder, want zelfs voor een asura was hij nog klein, was al van jongs af aan het knutselen en was dan ook altijd al bestemd een engineer te worden.
Op zijn elfde werd hij al bekend in heel Tyria, hij had namelijk een apparaat ontwikkeld waarmee hij alles konden laten zweven. Hoewel er in Tyria stenen voorkwamen die vanuit zichzelf konden zweven was het nog geen een ras gelukt deze techniek zelf na te bootsen. Sinds deze uitvinding gebruikt de asura de techniek in veel gebouwen als een verdedigingsmechanisme.
Het is altijd een mysterie geweest hoe 'Gepetto' op 11 jarige leeftijd de zweeftechniek heeft uitgevonden. Een anekdote die vaak in het dorp wordt verteld is dat op een van de vele malen dat Gepetto in het bos op zoek wat naar materialen voor zijn 'knutselwerken' de geest van Tyria hem de geheimen heeft geleerd. Ook zou deze geest hem hebben gezegend om een grote uitvinder te worden. Vele in het dorp doen deze anekdote echter af als een broodje aap verhaal verzonnen door mensen die het niet kunnen verdragen dat een 11-jarige slimmer was als ze zelf waren.
De laatste jaren ziet bijna niemand Gepetto meer en er komen ook geen nieuwe uitvindingen meer uit zijn werkplaats. Velen denken dat zijn nieuwe ontdekkingen allemaal mislukt zijn en hij zich uit schaamte niet meer durft te vertonen, maar zoals met de meeste roddels is daar niets van waar.
Gepetto heeft namelijk altijd een droom gehad.. Hij wilde niet alleen uitvinder zijn, hij wilde zijn uitvinden ook gebruiken in een poging Tyria tegen de draken te beschermen, hij wilde een held zijn. Maar nu is hij te oud, zijn gewrichten willen niet meer en zijn conditie is nooit erg goed geweest. Daarom heeft hij de laatste jaren van zijn leven gewerkt aan een apparaat dat weer een jonge god van hem kan maken. Zijn project was bijna mislukt, hij kreeg het apparaat namelijk maar niet aan de praat en zijn laatste dagen leken geteld te zijn. Door ouderdom werd hij zwakker en zwakker. Het was op zijn sterfbed dat hij ineens wist wat de fout was. Om de elektromagnetische degressie van de celdegeneratie te voorkomen moest de cabine waarin het verjonging proces plaats vond gevuld worden met water.
Met zijn laatste adem kroop uit zijn bed, liet het apparaat vol lopen met water en ging erin zitten, hij activeerde de machine en viel flauw. Naar een paar minuten kwam hij weer bij. Hij kroop uit de machine en liep naar de spiegel, daar zag hij een jonge versie van hem zelf. Het was toch geluk!
Hij sprong een gat in de lucht, pakte snel al zijn spullen bij elkaar en zo.... zo begon zijn avontuur in Tyria.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:32, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 495
Reden: 495
- morriganalefay
- Avonturier
-
- Berichten: 9
- Geregistreerd: 17 jul 2012, 17:32
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De Balans tussen Goed en Kwaad
Morgana komt uit een welgesteld gezin. Haar ouders zijn trotse afstammelingen van Koning Doric zelf. Om zijn eer hoog te houden zijn de ouders aanhangers van Koningin Jennah en haar leger, de Seraph. Morgana’s oudere broer Arthur heeft hoog aanzien in de Seraph en leidt zijn eigen legioen door het land. Arthur is daarmee het lievelingetje van Morgana’s ouders. Morgana heeft ook nog een jonger zusje, Diana. Diana is eigenwijs en bruist van het leven. Van jongs af aan heeft Morgana het gevoel in de schaduw te staan van haar oudere broer. Morgana doet haar best om goedkeuring van haar ouders te krijgen, maar zonder resultaat. Hierdoor groeit Morgana op als een lief kind, met een schaduw van melancholiek in haar ogen. Morgana besteedt het grootste deel van haar jeugd in het helpen van minder bedeelden. Dwayna is haar godin en helpt haar bij het verzorgen van hulpbehoevenden. De voldoening die ze krijgt door anderen blij te maken helpt de leegte van goedkeuring van haar ouders op te vullen.
Morgana heeft een intense band met haar zusje Diana. De twee hebben een haat-liefde verhouding, wat terug te zien is in de goden die ze aanbidden. Ondanks de verschillen in mening houdt Morgana van haar zusje, en zou ze alles voor haar opgeven. Diana is er ook voor Morgana, bijvoorbeeld die keer dat ze als kleine meisjes door de straten van de stad renden en een twee Seraphsoldaten tegenkwamen. Die waren op zoek naar een meisje met zwart haar, net zoals Morgana. Toen ze Morgana oppakten en mee wilden nemen, danste Diana om hen heen. Door de kracht van Grenth was ze verandert in een spookachtige verschijning van Morgana die de twee soldaten de stuipen op het lijf jaagden. De twee hebben nog altijd veel lol als ze hieraan terugdenken. Nu is Diana kort geleden bij de Seraph gegaan, waar ze een goede functie kreeg. Diana kreeg de eer om een Seraphcompagnie te leiden naar een kamp vol centauren. Morgana was bezorgd over de naïviteit van haar zusje, de taak was veel te zwaar. Diana stormde het huis uit, woedend dat Morgana nooit blij voor was als Diana een belangrijke beslissing nam. Tijdens de aanval op het centaurenkamp sneuvelden vele soldaten, waaronder Diana. De overlevenden keerden met spoed terug zonder zich over de gevallen soldaten te ontfermen. Sindsdien zijn de lichamen spoorloos. Kapot van verdriet over het overlijden van haar zusje aanbidt Morgana Dwayna niet meer. Om uit te zoeken wat er met haar dierbare zus is gebeurd, wendt Morgana zich tot Grenth. Met een smoes wordt ze Seraph in het legioen dat naar een bijgelegen centaurenkamp trekt. Door in Diana’s voetsporen te treden hoopt Morgana erachter te komen wat er met Diana is gebeurd. Wat Morgana niet weet, is dat de dood van Diana maar het begin is van iets veel groters dat de hele wereld overschaduwt en wat Diana angstvallig achtergehouden heeft voor Morgana. Dit zijn haar eerste stappen op weg naar een verschrikkelijke waarheid, op weg naar Zhaitan.
Morgana komt uit een welgesteld gezin. Haar ouders zijn trotse afstammelingen van Koning Doric zelf. Om zijn eer hoog te houden zijn de ouders aanhangers van Koningin Jennah en haar leger, de Seraph. Morgana’s oudere broer Arthur heeft hoog aanzien in de Seraph en leidt zijn eigen legioen door het land. Arthur is daarmee het lievelingetje van Morgana’s ouders. Morgana heeft ook nog een jonger zusje, Diana. Diana is eigenwijs en bruist van het leven. Van jongs af aan heeft Morgana het gevoel in de schaduw te staan van haar oudere broer. Morgana doet haar best om goedkeuring van haar ouders te krijgen, maar zonder resultaat. Hierdoor groeit Morgana op als een lief kind, met een schaduw van melancholiek in haar ogen. Morgana besteedt het grootste deel van haar jeugd in het helpen van minder bedeelden. Dwayna is haar godin en helpt haar bij het verzorgen van hulpbehoevenden. De voldoening die ze krijgt door anderen blij te maken helpt de leegte van goedkeuring van haar ouders op te vullen.
Morgana heeft een intense band met haar zusje Diana. De twee hebben een haat-liefde verhouding, wat terug te zien is in de goden die ze aanbidden. Ondanks de verschillen in mening houdt Morgana van haar zusje, en zou ze alles voor haar opgeven. Diana is er ook voor Morgana, bijvoorbeeld die keer dat ze als kleine meisjes door de straten van de stad renden en een twee Seraphsoldaten tegenkwamen. Die waren op zoek naar een meisje met zwart haar, net zoals Morgana. Toen ze Morgana oppakten en mee wilden nemen, danste Diana om hen heen. Door de kracht van Grenth was ze verandert in een spookachtige verschijning van Morgana die de twee soldaten de stuipen op het lijf jaagden. De twee hebben nog altijd veel lol als ze hieraan terugdenken. Nu is Diana kort geleden bij de Seraph gegaan, waar ze een goede functie kreeg. Diana kreeg de eer om een Seraphcompagnie te leiden naar een kamp vol centauren. Morgana was bezorgd over de naïviteit van haar zusje, de taak was veel te zwaar. Diana stormde het huis uit, woedend dat Morgana nooit blij voor was als Diana een belangrijke beslissing nam. Tijdens de aanval op het centaurenkamp sneuvelden vele soldaten, waaronder Diana. De overlevenden keerden met spoed terug zonder zich over de gevallen soldaten te ontfermen. Sindsdien zijn de lichamen spoorloos. Kapot van verdriet over het overlijden van haar zusje aanbidt Morgana Dwayna niet meer. Om uit te zoeken wat er met haar dierbare zus is gebeurd, wendt Morgana zich tot Grenth. Met een smoes wordt ze Seraph in het legioen dat naar een bijgelegen centaurenkamp trekt. Door in Diana’s voetsporen te treden hoopt Morgana erachter te komen wat er met Diana is gebeurd. Wat Morgana niet weet, is dat de dood van Diana maar het begin is van iets veel groters dat de hele wereld overschaduwt en wat Diana angstvallig achtergehouden heeft voor Morgana. Dit zijn haar eerste stappen op weg naar een verschrikkelijke waarheid, op weg naar Zhaitan.
Laatst bijgewerkt door Berelain op 12 aug 2012, 16:34, in totaal 1 keer bewerkt.
Reden: 506, 500 zonder title
Reden: 506, 500 zonder title
Never trust the past. Too much has been forgotten, too many things hidden beneath the sand of ages.
- Vita Dolce
- Overwinnaar
-
- Berichten: 546
- Geregistreerd: 06 apr 2011, 19:21
- GW2 ID: Vita Dolce.2865
- Guild: Dutch Doom Brigade[DDB]
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Daarheen en Weer Terug
“Tijdens een reis door het Sylvari landschap raakte ik in gesprek met een menselijke plantachtige bloem. Het leven, zo vertelde zij, begon uit een collectieve droom. Dit, geachte lezers, getuigt volgens mij van een ding: ze zijn allemaal één pot nat.”
Met een cynische worp smijt ik het boek “Heldendaden” op de houten tafel. In het boek staan verhalen van lang, lang geleden toen onze groot-groot-groot-grootouders nog door andere werelden reisden. Fissue of Woe, The Deep, Urgoz ..dat allemaal om de wereld te redden van slechte, duistere krachten. Ooit waren mensen over heel de wereld helden. Ooit was één van mijn voorouders, Vita Dolce, een held die samen met vrienden het kwaad heeft verslagen.
Maar die wereld lijkt zo ver weg, een sprookje van iets dat ooit was maar nooit meer hetzelfde zal zijn. Ascalon is een spookstad, Cantha wordt overspoeld met duivelse wezens, heel Elona lijdt honger en het menselijke ras is bijna uitgestorven. Terwijl Lion’s Arch verwikkelt is in een piratenstrijd ben ik een van de personen die onder de Krytaanse banner van koningin Salma weer bezig is met de wederopbouw in Divinity’s Reach, de laatste standplaats van het menselijk ras.
Mijn eigen verhaal begint niet uit een van de duizenden sprookjes want terwijl mijn geboorte ook zorgeloze kinderjaren telt, werd mijn wereld letterlijk op z’n kop gezet toen de Char legioenen mijn dorp plunderden. Mannen werden vermoord, vrouwen werden meegenomen en ik ..ik kon nog maar net ontsnappen op de trouwe Moa vogel die gelopen en gelopen. Ver weg was ik van het drama dat zich toen heeft afgespeeld maar ook ver weg van de familie die ik altijd liefhad. Pas dagen later besefte ik dat de wereld onder mijn grondvesten werd geschud en alles was weggenomen.
Met alleen het boek “Heldendaden” begon ik rond te reizen. Ik liep kilometers in een wereld die zo ver weg leek van de avonturen van deze helden waarover veel is geschreven. Nu zijn de draken ontwakend, de Norn verdreven, de Sylvari herrezen en de Char dominant. Alleen over de flapoor achtige Asura wezentjes is nog weinig bekend. Ik heb bergen beklommen, zeeën gezien, door portals gereisd en alle uithoeken gezien. Hoewel mensen lang hebben gebeden voor de zes Goden om ze tegemoet te treden begon ik langzaam een ding te realiseren.
Het gaat niet om de helden die hebben gestreden in het verleden, het gaat niet om de oorlogen of de tijden van vrede, de Charr, de Sylvari, de Asura, de Norns of de mensen. Het gaat zelfs niet om de goden die wij altijd hebben aanbeden. Het gaat om hier. Het gaat om nu. Een nieuw kwaad is herrezen en het is aan mij – aan ons – om er wat aan te doen. Langzaam sla ik het boek open op een lege pagina, nadat het verhaal van Vita Dolce is geëindigd. Maar het is niet over, het is slechts een begin.
Ik doe de deur achter mijn dicht en trek ten strijde. Dit is mijn verhaal.
“Tijdens een reis door het Sylvari landschap raakte ik in gesprek met een menselijke plantachtige bloem. Het leven, zo vertelde zij, begon uit een collectieve droom. Dit, geachte lezers, getuigt volgens mij van een ding: ze zijn allemaal één pot nat.”
Met een cynische worp smijt ik het boek “Heldendaden” op de houten tafel. In het boek staan verhalen van lang, lang geleden toen onze groot-groot-groot-grootouders nog door andere werelden reisden. Fissue of Woe, The Deep, Urgoz ..dat allemaal om de wereld te redden van slechte, duistere krachten. Ooit waren mensen over heel de wereld helden. Ooit was één van mijn voorouders, Vita Dolce, een held die samen met vrienden het kwaad heeft verslagen.
Maar die wereld lijkt zo ver weg, een sprookje van iets dat ooit was maar nooit meer hetzelfde zal zijn. Ascalon is een spookstad, Cantha wordt overspoeld met duivelse wezens, heel Elona lijdt honger en het menselijke ras is bijna uitgestorven. Terwijl Lion’s Arch verwikkelt is in een piratenstrijd ben ik een van de personen die onder de Krytaanse banner van koningin Salma weer bezig is met de wederopbouw in Divinity’s Reach, de laatste standplaats van het menselijk ras.
Mijn eigen verhaal begint niet uit een van de duizenden sprookjes want terwijl mijn geboorte ook zorgeloze kinderjaren telt, werd mijn wereld letterlijk op z’n kop gezet toen de Char legioenen mijn dorp plunderden. Mannen werden vermoord, vrouwen werden meegenomen en ik ..ik kon nog maar net ontsnappen op de trouwe Moa vogel die gelopen en gelopen. Ver weg was ik van het drama dat zich toen heeft afgespeeld maar ook ver weg van de familie die ik altijd liefhad. Pas dagen later besefte ik dat de wereld onder mijn grondvesten werd geschud en alles was weggenomen.
Met alleen het boek “Heldendaden” begon ik rond te reizen. Ik liep kilometers in een wereld die zo ver weg leek van de avonturen van deze helden waarover veel is geschreven. Nu zijn de draken ontwakend, de Norn verdreven, de Sylvari herrezen en de Char dominant. Alleen over de flapoor achtige Asura wezentjes is nog weinig bekend. Ik heb bergen beklommen, zeeën gezien, door portals gereisd en alle uithoeken gezien. Hoewel mensen lang hebben gebeden voor de zes Goden om ze tegemoet te treden begon ik langzaam een ding te realiseren.
Het gaat niet om de helden die hebben gestreden in het verleden, het gaat niet om de oorlogen of de tijden van vrede, de Charr, de Sylvari, de Asura, de Norns of de mensen. Het gaat zelfs niet om de goden die wij altijd hebben aanbeden. Het gaat om hier. Het gaat om nu. Een nieuw kwaad is herrezen en het is aan mij – aan ons – om er wat aan te doen. Langzaam sla ik het boek open op een lege pagina, nadat het verhaal van Vita Dolce is geëindigd. Maar het is niet over, het is slechts een begin.
Ik doe de deur achter mijn dicht en trek ten strijde. Dit is mijn verhaal.
- DhrRob
- Veteraan
-
- Berichten: 453
- Geregistreerd: 02 mei 2012, 17:50
- Woonplaats: Eindhoven
- GW2 ID: Deheerrob.4978
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2

Eva Devuna was een heldin die sterfte in 1135 AE, de dag dat Palawa Joko de macht greep in Elona. Met haar 81 jarige leeftijd maakte de ex Spearmarshall en Lightbringer geen kans tegen de machtige Palawa Joko. Eva leefde nadat de Krytaanse burgeroorlog was afgelopen 58 jaar een vredig leven bij de Pale Tree, waar ze samen met Ronan en Ventari woonde.
Maar nu, 190 jaar is er opnieuw hulp nodig om de wereld te redden. Eva Devuna mocht dan nooit de Sylvari gekend hebben, maar Eva Devuna staat wel veelvuldig vermeld in de boeken van Ventari over haar heldhaftige acties. Precies om deze redenen heeft Eve Devun tijdens haar Innerlijke Droom het verhaal van Eva Devuna mogen herleven. Zo zag Eve hoe de ‘Undead Lich’ verslagen werd, de wederopkomst en ondergang van Shiro Tagachi. Ze zag hoe Kormir een god werd, Palawa Joko vrij gezet werd en hoe Abaddon verslagen werd. Zelfs de eerste beweging van Primordus in meer dan 10.000 jaar kwam voorbij.
Dit was nog nooit gebeurd tijdens een droom en de Firstborn zagen dit als een duidelijk voorteken. Opnieuw moet Tyria gered worden van vernietiging. En wederom zal dit gebeuren door het Devuna nalatenschap. Hetzelfde nalatenschap dat de herrijzing van de Elder Dragons met 250 jaar vertraagd had.
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Netel's ontwaken
Niemand weet meer precies wat of hoe het gebeurde dat de boom des levens die elke Sylvari de levensadem schenkt en altijd de grootste en mooiste boom met bloesems in alle kleuren van de regenbog was tot een blanke, witte kleurloze boom is verworden. Er is echter spraken van een oude legende over de geboorte van een bijzonder Sylvari genaamd Netel die hier de oorzaak van zou zijn geweest het verhaal gaat als volgt;
Ten tijden van Netel’s ontwaken werd het gebied decennia lang belaagd door verdorven wezens die het Sylvari gebied probeerden binnen te dringen om hun geboorteplaats te vernietigen. Deze schepsels waren al zo ver doorgedrongen dat de Sylvari niet meer hun geboortegrond konden beschermen en het einde van het hele ras al akelig dichtbij kwam. Dus hadden ze een plan bedacht om zoveel mogelijk nieuwe Sylvari te helpen veilig in de wereld te ontwaken en ze dan snel mogelijk te helpen vluchten om ze voor te bereiden op het grote gevecht wat er voor moest zorgen dat de vijand voor eens voor altijd terug gedrongen zou worden tot voorbij de grote rivieren. Zo geschied en toen men dacht dat alle Sylvari van de laatste ontwakings’s periode ontwaakt waren door de levensboom het volk zich begon terug te trekken voor de voorbereiding van de net ontwaakte Sylvari.
Een paar dagen later ontwaakte Netel alleen aan het uiteinde van het gebied van de levensboom. Ondertussen was het gebied overstroomd met vijanden die achter de Sylvari waren opgetrokken. Netel was jong en onervaren en kon het niet riskeren haar positie vrij te geven door te oefenen met haar magische krachten van de elementen. Dus verborg de ze zich zo goed ze kon en ging op weg om voorbij de levensboom in veiligheid te komen. Echter werd haar reis spoedig opgemerkt en kwam er abrupt een einden aan het gesluip toen ze net voorbij de levensboom oog in oog stond met een vijftal verdorven wezens.
Vluchten was niet mogelijk en ze werd verder en verder ingesloten en naar de boom teruggedrongen. Toch voelde ze zich niet onzeker en bang. Maar meende ze een zachte fluistering vanuit de levensboom waar te nemen die haar opdroeg haar ring van vuur aanval in te zetten. Dit deed ze maar voelde meteen dat er veel meer achter zat dan zij ooit alleen had kunnen doen. De boom voelde het gevaar van de einde van het ras wat ze het leven schonk en haf Netel de kracht van liefde voor haar volk die werd gevoeld door alle gevallen strijders die nog niet waren herboren. De vuurkoepel werd zo groot van omvang dat het gehele gebied tot aan de grote rivieren omvatte en de verdorven wezens voorgoed werden teruggedrongen. Toen de flits voorbij was troffen de Sylvari een blanke boom en de bewusteloze jonge Sylvari eronder aan zonder enige spoor van hun voormalige vijanden. Netel kreeg zo haar naam van het volk omdat ze voor hun in vuur en vlam had gestaan en hun vijanden had weggebrand.
Niemand weet meer precies wat of hoe het gebeurde dat de boom des levens die elke Sylvari de levensadem schenkt en altijd de grootste en mooiste boom met bloesems in alle kleuren van de regenbog was tot een blanke, witte kleurloze boom is verworden. Er is echter spraken van een oude legende over de geboorte van een bijzonder Sylvari genaamd Netel die hier de oorzaak van zou zijn geweest het verhaal gaat als volgt;
Ten tijden van Netel’s ontwaken werd het gebied decennia lang belaagd door verdorven wezens die het Sylvari gebied probeerden binnen te dringen om hun geboorteplaats te vernietigen. Deze schepsels waren al zo ver doorgedrongen dat de Sylvari niet meer hun geboortegrond konden beschermen en het einde van het hele ras al akelig dichtbij kwam. Dus hadden ze een plan bedacht om zoveel mogelijk nieuwe Sylvari te helpen veilig in de wereld te ontwaken en ze dan snel mogelijk te helpen vluchten om ze voor te bereiden op het grote gevecht wat er voor moest zorgen dat de vijand voor eens voor altijd terug gedrongen zou worden tot voorbij de grote rivieren. Zo geschied en toen men dacht dat alle Sylvari van de laatste ontwakings’s periode ontwaakt waren door de levensboom het volk zich begon terug te trekken voor de voorbereiding van de net ontwaakte Sylvari.
Een paar dagen later ontwaakte Netel alleen aan het uiteinde van het gebied van de levensboom. Ondertussen was het gebied overstroomd met vijanden die achter de Sylvari waren opgetrokken. Netel was jong en onervaren en kon het niet riskeren haar positie vrij te geven door te oefenen met haar magische krachten van de elementen. Dus verborg de ze zich zo goed ze kon en ging op weg om voorbij de levensboom in veiligheid te komen. Echter werd haar reis spoedig opgemerkt en kwam er abrupt een einden aan het gesluip toen ze net voorbij de levensboom oog in oog stond met een vijftal verdorven wezens.
Vluchten was niet mogelijk en ze werd verder en verder ingesloten en naar de boom teruggedrongen. Toch voelde ze zich niet onzeker en bang. Maar meende ze een zachte fluistering vanuit de levensboom waar te nemen die haar opdroeg haar ring van vuur aanval in te zetten. Dit deed ze maar voelde meteen dat er veel meer achter zat dan zij ooit alleen had kunnen doen. De boom voelde het gevaar van de einde van het ras wat ze het leven schonk en haf Netel de kracht van liefde voor haar volk die werd gevoeld door alle gevallen strijders die nog niet waren herboren. De vuurkoepel werd zo groot van omvang dat het gehele gebied tot aan de grote rivieren omvatte en de verdorven wezens voorgoed werden teruggedrongen. Toen de flits voorbij was troffen de Sylvari een blanke boom en de bewusteloze jonge Sylvari eronder aan zonder enige spoor van hun voormalige vijanden. Netel kreeg zo haar naam van het volk omdat ze voor hun in vuur en vlam had gestaan en hun vijanden had weggebrand.
Logic will take you from A to B, immagination will take you everywhere!!
- Shiba
- Pionier
-
- Berichten: 54
- Geregistreerd: 25 apr 2012, 17:01
- GW2 ID: Shiba.3608
- Guild: Dutch Doom Brigade [DDB]
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De gewone jongen
Mijn verhaal gaat over het character dat Shiba Ariba heet. Hij is een Human Ranger. Maar wel een van de kleinste en slechste soort. Opgroeiend in een normale familie was er nooit heel veel te beleven voor Shiba. Op jonge leeftijd was hij alleen, maar dan ook echt alleen maar kattenkwaad aan het uithalen. Zo nu en dan werd hij dus ook wel eens teruggepakt.
Op een dag kruisten de paden van de twee vrienden Hells en Shiba elkaar. Hells was bij Shiba en trolde hem toen Shiba met zijn pet (ook genaamd Shiba, een hond) bezig was. De pet stond op Guard Mode en gebruikte Bark. Waardoor Hells schrok en een paar meter naar achter ging. De condition Fear was geboren.
De meeste van zijn tijd besteedde Shiba aan het rondhangen in Ascalon, wanneer hij op 18-jarige leeftijd besloot in zijn eentje op reis te gaan naar Lion’s Arch samen met aan zijn zijde zijn pet. Waarom? Omdat het kan en hij zich vrij voelde! Onderweg zag hij een klein jongetje die een geintje uit wilde halen met een groepje bandieten. Hij herkende zich in het jongetje en bleef op het even aankijken op afstand. Echter hadden de bandieten het in de gaten en waren ze slimmer dan het jongetje.
Het waren bandieten, dus hadden ze het jongetje natuurlijk gevangen genomen. Zo onvolwassen als dat jongetje was bleef hij huilen en roepen om zijn vader. En zeggen “Wacht maar mijn vader pakt jullie wel.” Maar niemand kon het jongetje horen, behalve Shiba…
Het besloot daarom ook tot actie over te gaan en heeft ’s nachts het jongetje gered door zijn hond de opdracht te geven het kamp in de sluipen. De hond pakte het jongetje zachthandig in de kraag van zijn mooie kleren en sleepte hem vervolgens zo het kamp uit. Het jongetje bleek ook naar Lions Arch te moeten en was verdwaald geraakt.
Eenmaal aangekomen in Lions Arch wilde Shiba hem thuis afzetten, maar het jongetje deed een beetje afstandig. Uiteindelijk deed hij dit toch en kwam hij erachter dat het jongetje de zoon was van King Doric!! De koning was Shiba oneindig dankbaar.
De koning bood Shiba een plaats om te slapen aan en de mogelijkheid te trainen om de beste ranger van heel Kryta te worden. Door deze gebeurtenis en de goedheid besloot Shiba zijn leven te beteren, zich nobel te gedragen tegenover anderen en alleen nog maar goed te doen!
Zo nu weten jullie hoe ik aan mijn ingame naam kom en weten jullie ook hoe de eerste ontmoeting bij mij thuis ging tussen Hells en mij in real-life :p *gnif* *gnif*
Mijn verhaal gaat over het character dat Shiba Ariba heet. Hij is een Human Ranger. Maar wel een van de kleinste en slechste soort. Opgroeiend in een normale familie was er nooit heel veel te beleven voor Shiba. Op jonge leeftijd was hij alleen, maar dan ook echt alleen maar kattenkwaad aan het uithalen. Zo nu en dan werd hij dus ook wel eens teruggepakt.
Op een dag kruisten de paden van de twee vrienden Hells en Shiba elkaar. Hells was bij Shiba en trolde hem toen Shiba met zijn pet (ook genaamd Shiba, een hond) bezig was. De pet stond op Guard Mode en gebruikte Bark. Waardoor Hells schrok en een paar meter naar achter ging. De condition Fear was geboren.
De meeste van zijn tijd besteedde Shiba aan het rondhangen in Ascalon, wanneer hij op 18-jarige leeftijd besloot in zijn eentje op reis te gaan naar Lion’s Arch samen met aan zijn zijde zijn pet. Waarom? Omdat het kan en hij zich vrij voelde! Onderweg zag hij een klein jongetje die een geintje uit wilde halen met een groepje bandieten. Hij herkende zich in het jongetje en bleef op het even aankijken op afstand. Echter hadden de bandieten het in de gaten en waren ze slimmer dan het jongetje.
Het waren bandieten, dus hadden ze het jongetje natuurlijk gevangen genomen. Zo onvolwassen als dat jongetje was bleef hij huilen en roepen om zijn vader. En zeggen “Wacht maar mijn vader pakt jullie wel.” Maar niemand kon het jongetje horen, behalve Shiba…
Het besloot daarom ook tot actie over te gaan en heeft ’s nachts het jongetje gered door zijn hond de opdracht te geven het kamp in de sluipen. De hond pakte het jongetje zachthandig in de kraag van zijn mooie kleren en sleepte hem vervolgens zo het kamp uit. Het jongetje bleek ook naar Lions Arch te moeten en was verdwaald geraakt.
Eenmaal aangekomen in Lions Arch wilde Shiba hem thuis afzetten, maar het jongetje deed een beetje afstandig. Uiteindelijk deed hij dit toch en kwam hij erachter dat het jongetje de zoon was van King Doric!! De koning was Shiba oneindig dankbaar.
De koning bood Shiba een plaats om te slapen aan en de mogelijkheid te trainen om de beste ranger van heel Kryta te worden. Door deze gebeurtenis en de goedheid besloot Shiba zijn leven te beteren, zich nobel te gedragen tegenover anderen en alleen nog maar goed te doen!
Zo nu weten jullie hoe ik aan mijn ingame naam kom en weten jullie ook hoe de eerste ontmoeting bij mij thuis ging tussen Hells en mij in real-life :p *gnif* *gnif*
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Het gloeiende staal tussen mijn schouders, mijn eerste echte herinnering. Wat zich er daarvoor heeft afgespeeld is mij volledig onbekend. Wie of wat het was die mij dit brandmerk gaf, ik zou het je niet kunnen vertellen, nog waar het voor dient of wat het betekend. Er is alleen maar de alles verterende bijt van vlammend staal op zachte huid. Daarna wordt alles donker.
Het alles omsluitende duister wordt verstoord door snelle korte lichtflitsen. Het gevoel van vallen lijkt letterlijk eindeloos. Ik ben op dat moment zelf niet eens aanwezig, anders dan dat kan ik het je niet uitleggen. Alsof het universum zichzelf verteerd in een ogenblik van eeuwigheid. Plotseling nemen de lichtflitsen duidelijkere vormen aan, er is enige herkenning. Er ontstaat een gevoel van.. 'ik'.
Langzaam open ik mijn ogen, wat ik zie is mij onduidelijk. Een waas van figuren en kleuren, eerst te intens om er iets in te kunnen zien. Het gevoel in mijn lichaam openbaart zich, alsof ik het voor het eerst voel. Als een kind die de wereld voor het eerst ontdekt zet ik mijn eerste stappen. Het voelt alsof mijn lichaam een voorsprong heeft op mijn geest, maar langzamerhand synchroniseren de twee. Dan wordt alles weer donker en verdwijn ik weer.
Een enkel minuscuul lichtpuntje wat in een oogwenk explodeert in een dans van licht, kleuren, gevoelens en beweging.
Ik lig op de grond, binnen, een stal of iets wat er op lijkt. Overal om mij heen is geluid. Alles past, er ontbreekt slechts één cruciaal aspect, mijn ademhaling. Twee handen zijn om mijn keel gevouwen. De handen zitten aan sterke armen vast die op hun beurt uitkomen op het lichaam van een forse kerel. Zijn ogen zijn woest op mij gericht en zijn tanden zijn ontbloot. Zijn grip om mijn hals versterkt en een hoog piepend geluid ontsnapt me. De scherpte van mijn visie neemt iets af en op dat moment gaat mijn hand als een bliksemschicht richting de gordel van mijn belager en omsluit zich om het heft van een korte dolk. Even snel komt het uit zijn schede, draait zichzelf om in mijn hand die alweer op de terugweg naar zijn keel is. Het lemmet boort zich in zijn hals tot aan het heft. De ogen van de man worden groot terwijl zijn grip om mijn hals zich verslapt en zijn laatste ademhaling uit zich in één enkele hoest van bloed. Ik duw, happend naar adem, het levensloze lichaam van me af. Terwijl ik overeind probeer de komen zie ik talloze lichamen om mij heen, sommige vechtend, de meesten dood. In een waas van geluid en bewegende figuren strompel ik richting de deur, de duisternis in.
Ik weet niet wie ik ben, ik ben echter vastbesloten om erachter te komen. Misschien is dat het doel van dit leven, misschien ook niet. Wie zal het zeggen? Het brandmerk tussen mijn schouders leest "Wyrd", en met die naam zal ik het voorlopig moeten doen.
...
491 woorden
Het alles omsluitende duister wordt verstoord door snelle korte lichtflitsen. Het gevoel van vallen lijkt letterlijk eindeloos. Ik ben op dat moment zelf niet eens aanwezig, anders dan dat kan ik het je niet uitleggen. Alsof het universum zichzelf verteerd in een ogenblik van eeuwigheid. Plotseling nemen de lichtflitsen duidelijkere vormen aan, er is enige herkenning. Er ontstaat een gevoel van.. 'ik'.
Langzaam open ik mijn ogen, wat ik zie is mij onduidelijk. Een waas van figuren en kleuren, eerst te intens om er iets in te kunnen zien. Het gevoel in mijn lichaam openbaart zich, alsof ik het voor het eerst voel. Als een kind die de wereld voor het eerst ontdekt zet ik mijn eerste stappen. Het voelt alsof mijn lichaam een voorsprong heeft op mijn geest, maar langzamerhand synchroniseren de twee. Dan wordt alles weer donker en verdwijn ik weer.
Een enkel minuscuul lichtpuntje wat in een oogwenk explodeert in een dans van licht, kleuren, gevoelens en beweging.
Ik lig op de grond, binnen, een stal of iets wat er op lijkt. Overal om mij heen is geluid. Alles past, er ontbreekt slechts één cruciaal aspect, mijn ademhaling. Twee handen zijn om mijn keel gevouwen. De handen zitten aan sterke armen vast die op hun beurt uitkomen op het lichaam van een forse kerel. Zijn ogen zijn woest op mij gericht en zijn tanden zijn ontbloot. Zijn grip om mijn hals versterkt en een hoog piepend geluid ontsnapt me. De scherpte van mijn visie neemt iets af en op dat moment gaat mijn hand als een bliksemschicht richting de gordel van mijn belager en omsluit zich om het heft van een korte dolk. Even snel komt het uit zijn schede, draait zichzelf om in mijn hand die alweer op de terugweg naar zijn keel is. Het lemmet boort zich in zijn hals tot aan het heft. De ogen van de man worden groot terwijl zijn grip om mijn hals zich verslapt en zijn laatste ademhaling uit zich in één enkele hoest van bloed. Ik duw, happend naar adem, het levensloze lichaam van me af. Terwijl ik overeind probeer de komen zie ik talloze lichamen om mij heen, sommige vechtend, de meesten dood. In een waas van geluid en bewegende figuren strompel ik richting de deur, de duisternis in.
Ik weet niet wie ik ben, ik ben echter vastbesloten om erachter te komen. Misschien is dat het doel van dit leven, misschien ook niet. Wie zal het zeggen? Het brandmerk tussen mijn schouders leest "Wyrd", en met die naam zal ik het voorlopig moeten doen.
...
491 woorden
- Araturo
- Avonturier
-
- Berichten: 46
- Geregistreerd: 27 jul 2012, 18:03
- Woonplaats: Doetinchem
- GW2 ID: Araturo.1328
- Guild: Limburgse Jagers [LJ]
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Araturo, Gestoord of Geniaal?
Araturo, een charr waarvan niemand de exacte leeftijd kent, kwam 7 jaar geleden uit het bos, gevolgd door geesten die hij het veld inlokte en lachend doodsloeg. nadat hij de geesten verslagen had begon hij de overgebleven resten te onderzoeken, hij pakte een amulet op en verdween terug in het bos. Niemand begreep wat er zojuist was gebeurd maar ging weer verder met zijn dagelijkse leven, totdat...
Enkele dagen later hoorden de inwoners van het nabijgelegen dorpje een knal uit de richting van het bos en zagen een enorme vuurbal, gevolgd door een rookwolk. nadat de rookwolk was weggetrokken was het bos ineens afgebrand en stond er een enorme ettin, wel driemaal zo hoog als de bomen! Voor de ettin stond Araturo, alweer lachend maar deze keer maniacaal, ziekelijk... Araturo keek de reus aan en sprong op hem af, hij klom op zijn rug en via zijn rug naar zijn kop. Daar begon hij als een monster happen te nemen uit de kop van de reus, de reus probeerde hem nog van zich af te schudden maar Araturo was niet meer te stoppen en de reusachtige ettin viel al snel dodelijk gewond neer. Araturo leek wat te zoeken bij het lijk van de reus, pakte iets op en liep vervolgens richting het dorp...
In het dorp aangekomen liep haar naar een leegstaand huis toe, gooide een flinke zak goud flak naast de deur neer en ging naar binnen. Sindsdien woont Araturo in een klein dorpje in Ascalon.
Na een paar jaar nauwelijks te zien zijn geweest, er werd beweerd dat hij veel op reis was, bouwde hij een kleine marktkraam voor zijn huis en begon bijzondere dingen uit te stallen; reusachtige tanden, schubben, ogen, veren en andere monsterlijke trofeëen. Hij praatte voor het eerst sinds hij in het dorp was en zei: "Araturo's winkel is geopened!" hij ging op een stoeltje zitten en wachtte...
...De geruchten over Araturo's winkel met bijzonderheden verspreidden zich snel en al gauw kwamen de eerste magiërs, shamanen en dokters om zijn spullen te kopen. Araturo verdiende er goed aan en gaf een deel weg aan de dorpelingen, iedereen vond hem sympathiek maar voelde toch enigszins angst door al dat geheimzinnige. Op een dag was Araturo weer eens weg, waarschijnlijk om zijn "vooraad bij te vullen", de dorpelingen hoorden hoorden geruchten over een lachende charr die een soort van pport had gebouwd en waar nu hordes Jotun uitkwamen, die allen werden verslagen door deze ene charr. Na dagen lang te hebben gevochten kwam er een gloeiende Jotun met een enorm zwaard uit de poort. Een storm brak aan en na nog eens 3 dagen te hebben gevochten had de charr gewonnen. een paar dagen later, terug in het dorp, was er een heuse veiling met de grootste krijgers en rijkste verzamelaars. Iedereen wilde het zwaard hebben van de reuzen-koning. De veiling bracht genoeg geld op om Araturo in een klap miljonair te maken, maar Araturo gaf de helft aan de dorpelingen en gaf de rest uit aan het opnieuw aanleggen van het lang geleden afgebrande bos
Araturo, een charr waarvan niemand de exacte leeftijd kent, kwam 7 jaar geleden uit het bos, gevolgd door geesten die hij het veld inlokte en lachend doodsloeg. nadat hij de geesten verslagen had begon hij de overgebleven resten te onderzoeken, hij pakte een amulet op en verdween terug in het bos. Niemand begreep wat er zojuist was gebeurd maar ging weer verder met zijn dagelijkse leven, totdat...
Enkele dagen later hoorden de inwoners van het nabijgelegen dorpje een knal uit de richting van het bos en zagen een enorme vuurbal, gevolgd door een rookwolk. nadat de rookwolk was weggetrokken was het bos ineens afgebrand en stond er een enorme ettin, wel driemaal zo hoog als de bomen! Voor de ettin stond Araturo, alweer lachend maar deze keer maniacaal, ziekelijk... Araturo keek de reus aan en sprong op hem af, hij klom op zijn rug en via zijn rug naar zijn kop. Daar begon hij als een monster happen te nemen uit de kop van de reus, de reus probeerde hem nog van zich af te schudden maar Araturo was niet meer te stoppen en de reusachtige ettin viel al snel dodelijk gewond neer. Araturo leek wat te zoeken bij het lijk van de reus, pakte iets op en liep vervolgens richting het dorp...
In het dorp aangekomen liep haar naar een leegstaand huis toe, gooide een flinke zak goud flak naast de deur neer en ging naar binnen. Sindsdien woont Araturo in een klein dorpje in Ascalon.
Na een paar jaar nauwelijks te zien zijn geweest, er werd beweerd dat hij veel op reis was, bouwde hij een kleine marktkraam voor zijn huis en begon bijzondere dingen uit te stallen; reusachtige tanden, schubben, ogen, veren en andere monsterlijke trofeëen. Hij praatte voor het eerst sinds hij in het dorp was en zei: "Araturo's winkel is geopened!" hij ging op een stoeltje zitten en wachtte...
...De geruchten over Araturo's winkel met bijzonderheden verspreidden zich snel en al gauw kwamen de eerste magiërs, shamanen en dokters om zijn spullen te kopen. Araturo verdiende er goed aan en gaf een deel weg aan de dorpelingen, iedereen vond hem sympathiek maar voelde toch enigszins angst door al dat geheimzinnige. Op een dag was Araturo weer eens weg, waarschijnlijk om zijn "vooraad bij te vullen", de dorpelingen hoorden hoorden geruchten over een lachende charr die een soort van pport had gebouwd en waar nu hordes Jotun uitkwamen, die allen werden verslagen door deze ene charr. Na dagen lang te hebben gevochten kwam er een gloeiende Jotun met een enorm zwaard uit de poort. Een storm brak aan en na nog eens 3 dagen te hebben gevochten had de charr gewonnen. een paar dagen later, terug in het dorp, was er een heuse veiling met de grootste krijgers en rijkste verzamelaars. Iedereen wilde het zwaard hebben van de reuzen-koning. De veiling bracht genoeg geld op om Araturo in een klap miljonair te maken, maar Araturo gaf de helft aan de dorpelingen en gaf de rest uit aan het opnieuw aanleggen van het lang geleden afgebrande bos
adequaat tot het bittere eind
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Fristy het herdersmeisje:
Fristy is de pleegdochter van een herder en zelf ook altijd bezig geweest met beesten. Het begon met het redden van gewonde dieren. Later is ze dieren ook gaan trainen, bij grotere beesten bleek dat heel goed te gaan. Grote beesten kon ze bijna alles leren wat ze wilde, kleine beestjes rende enkel achter haar aan.
Er doen geruchten de ronde dat ze als baby door haar biologische moeder in het bos is achtergelaten waar een raaf de eerste 4 jaar van haar leven zich over haar heeft bekommert. Daarom zeggen ze ook, als je Fristy zoekt, volg de raven. Een mens grootgebracht door een raaf, het lijkt te gek voor woorden maar wie zal het zeggen..?
Toen ze oud en wijs genoeg gaan om haar ouderlijke huis te verlaten is ze de wijde wereld ingetrokken met als doel alle vreemde soorten beesten te vangen om thuis een fokprogramma mee op te zetten. Door de jaren heen heeft ze de meest bijzondere exemplaren verzameld, van kleine lieve konijntjes tot grote sterke beren.
Terwijl ze op reis was is haar pleegfamilie omgekomen toen een van de Elder Dragons hun huis in vlammen op liet gaan. Vanaf dat moment was Fristy vastbesloten om de dood van haar pleegfamilie te wraken. Ze heeft daarom besloten de beesten te trainen om voor haar te vechten en is nu de meest bedreven ranger van alle rangers in Tyria.
Over 13 dagen zal ze beginnen aan de zoektocht naar de Elder Dragon die haar pleegfamilie heeft vermoord.
Fristy is de pleegdochter van een herder en zelf ook altijd bezig geweest met beesten. Het begon met het redden van gewonde dieren. Later is ze dieren ook gaan trainen, bij grotere beesten bleek dat heel goed te gaan. Grote beesten kon ze bijna alles leren wat ze wilde, kleine beestjes rende enkel achter haar aan.
Er doen geruchten de ronde dat ze als baby door haar biologische moeder in het bos is achtergelaten waar een raaf de eerste 4 jaar van haar leven zich over haar heeft bekommert. Daarom zeggen ze ook, als je Fristy zoekt, volg de raven. Een mens grootgebracht door een raaf, het lijkt te gek voor woorden maar wie zal het zeggen..?
Toen ze oud en wijs genoeg gaan om haar ouderlijke huis te verlaten is ze de wijde wereld ingetrokken met als doel alle vreemde soorten beesten te vangen om thuis een fokprogramma mee op te zetten. Door de jaren heen heeft ze de meest bijzondere exemplaren verzameld, van kleine lieve konijntjes tot grote sterke beren.
Terwijl ze op reis was is haar pleegfamilie omgekomen toen een van de Elder Dragons hun huis in vlammen op liet gaan. Vanaf dat moment was Fristy vastbesloten om de dood van haar pleegfamilie te wraken. Ze heeft daarom besloten de beesten te trainen om voor haar te vechten en is nu de meest bedreven ranger van alle rangers in Tyria.
Over 13 dagen zal ze beginnen aan de zoektocht naar de Elder Dragon die haar pleegfamilie heeft vermoord.
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
De gekwelde ziel van Theseus.
Theseus ontwaakte 15 jaar geleden 's nachts uit de Dream onder de Pale Tree. Op jonge leeftijd kreeg hij nachtmerries over de schaduwen van de Elder Dragons, waarna hij soms dagen lang op bleef om de marteling te ontwijken. Veel vrienden had en heeft hij nog steeds niet. Theseus leeft een eenzaam en duister bestaan onder de rest van de Sylvari. De meeste medebewoners van de Pale Tree weten weinig tot niks over hun buurman.
In de dagen waarop hij zichzelf dwong om wakker te blijven ging hij zichzelf trainen, vastbesloten om terug te vechten tegen de slaven van Zhaitan. Doordat hij zo vastbesloten van zijn doel is, wordt hij elke dag sterker en beter. Je zou kunnen zeggen dat Theseus nobel is, zoals de meeste Sylvari maar hij is mysterieus en heeft niet altijd het beste met je voor. Een dief werkt nou eenmaal niet graag met anderen samen.
De dag is nu aangebroken dat Theseus klaar is voor de strijd. Hij zal er achter komen dat er meer gevaar dreigt dan hij denkt. Boven alles, zal hij ooit weer rustig kunnen slapen?...
Aantal woorden: 189
Theseus ontwaakte 15 jaar geleden 's nachts uit de Dream onder de Pale Tree. Op jonge leeftijd kreeg hij nachtmerries over de schaduwen van de Elder Dragons, waarna hij soms dagen lang op bleef om de marteling te ontwijken. Veel vrienden had en heeft hij nog steeds niet. Theseus leeft een eenzaam en duister bestaan onder de rest van de Sylvari. De meeste medebewoners van de Pale Tree weten weinig tot niks over hun buurman.
In de dagen waarop hij zichzelf dwong om wakker te blijven ging hij zichzelf trainen, vastbesloten om terug te vechten tegen de slaven van Zhaitan. Doordat hij zo vastbesloten van zijn doel is, wordt hij elke dag sterker en beter. Je zou kunnen zeggen dat Theseus nobel is, zoals de meeste Sylvari maar hij is mysterieus en heeft niet altijd het beste met je voor. Een dief werkt nou eenmaal niet graag met anderen samen.
De dag is nu aangebroken dat Theseus klaar is voor de strijd. Hij zal er achter komen dat er meer gevaar dreigt dan hij denkt. Boven alles, zal hij ooit weer rustig kunnen slapen?...
Aantal woorden: 189
Re: GW2NL Zeskamp opdracht 2
Gevaren van Caledon Forest
Er waren eens twee humans, Gans en Pietje. Gans en Pietje liepen in Caledon Forest en hadden zoveel plezier in het wandelen, dat ze plots niet meer wisten waar ze waren. Ze zochten naar een pad, maar vonden er geen. Wel zagen zij in de verte lichtjes branden en bij gebrek aan betere ideeën, gingen ze er heen. Naarmate ze dichterbij kwamen, zagen ze dat het een soort huis was. Maar wel een heel moderne, want het was vergeven van allerlei nuttige en mysterieuze snufjes. In de hoop dat er een kompas tussen die snufjes zat, gingen ze all uitvindingen bij langs. De eigenaar van het huisje, een chagrijnige Asura kluizenaar die Zephon the Saraphan heette, was op dat moment net bezig met de reparatie van M.O.X., een afgedankte Golem die hij voor een paar coppers had gekocht van een stel passerende avonturiers. Hij merkte dat er aan zijn huisje gemorreld werd. Daarop riep hij naar buiten: “knibbel, knabbel, knuisje, wie zit er aan de uitvindingen van mijn huisje?”. Gans en Pietje schrokken zich wezenloos en stonden als verstijfd. Toen kwamen er plotseling twee Norns uit het niets verschenen en zij riepen: “this is Tyriaaaaaaah!!!!”. Zij schopten Gans en Pietje in een kuil die daar toevallig even zat te niksen. Vervolgens kwam er een Dolyak met een hele grote snuit, en die blies het verhaaltje uit!
Woorden: 226, exclusief titel
Er waren eens twee humans, Gans en Pietje. Gans en Pietje liepen in Caledon Forest en hadden zoveel plezier in het wandelen, dat ze plots niet meer wisten waar ze waren. Ze zochten naar een pad, maar vonden er geen. Wel zagen zij in de verte lichtjes branden en bij gebrek aan betere ideeën, gingen ze er heen. Naarmate ze dichterbij kwamen, zagen ze dat het een soort huis was. Maar wel een heel moderne, want het was vergeven van allerlei nuttige en mysterieuze snufjes. In de hoop dat er een kompas tussen die snufjes zat, gingen ze all uitvindingen bij langs. De eigenaar van het huisje, een chagrijnige Asura kluizenaar die Zephon the Saraphan heette, was op dat moment net bezig met de reparatie van M.O.X., een afgedankte Golem die hij voor een paar coppers had gekocht van een stel passerende avonturiers. Hij merkte dat er aan zijn huisje gemorreld werd. Daarop riep hij naar buiten: “knibbel, knabbel, knuisje, wie zit er aan de uitvindingen van mijn huisje?”. Gans en Pietje schrokken zich wezenloos en stonden als verstijfd. Toen kwamen er plotseling twee Norns uit het niets verschenen en zij riepen: “this is Tyriaaaaaaah!!!!”. Zij schopten Gans en Pietje in een kuil die daar toevallig even zat te niksen. Vervolgens kwam er een Dolyak met een hele grote snuit, en die blies het verhaaltje uit!
Woorden: 226, exclusief titel
49 berichten
• Pagina 1 van 2 • 1, 2
Keer terug naar Nieuws, Interviews & Artikelen
Wie is er online
Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 0 gasten
